Wat kan een urineonderzoek detecteren?

14 juni, 2020
Een urineonderzoek kan verschillende variabelen analyseren. Het belangrijkste doel is om de aanwezigheid of afwezigheid van bepaalde componenten in urine vast te stellen. Deze informatie is essentieel voor een diagnose.
 

Urineonderzoek is een diagnostische test die medische professionals gebruiken om verschillende soorten gezondheidsstoornissen op te sporen. Met deze analyse onderzoekt de specialist het uiterlijk, de concentratie en de inhoud van de urine.

De resultaten kunnen de aanwezigheid van een ziekte suggereren. Daarna zal de medische specialist de diagnose met andere methoden bevestigen.

Het is ook belangrijk om te vermelden dat een urineonderzoek op zichzelf geen definitieve diagnose oplevert. De arts moet de implicaties van de resultaten interpreteren. Dit soort tests wordt uitgevoerd om de aanwezigheid van een aandoening vast te stellen, maar ook om deze te voorkomen of op te sporen.

Een urineonderzoek detecteert stoffen die het lichaam niet kan vasthouden of moet verwijderen. Met slechts 10 milliliter urine kan een medische professional het bewijs vinden van een aantal ziekten. Denk bijvoorbeeld aan diabetes, multipel myeloom en nierfalen.

Wanneer vragen artsen om een urineonderzoek?

Over het algemeen kan een arts een urineonderzoek aanvragen om de volgende redenen:

  • Evaluatie van de nierfunctie. De dichtheid van urine kan bepalen of de nieren goed werken of niet.
  • Het detecteren van ziektekiemen. Als er een vermoeden bestaat van een urineweginfectie, vraagt de arts een urineonderzoek aan om de aanwezigheid van ziektekiemen en/of het exacte type kiem dat aanwezig is bij een urinecultuur die daarna genomen wordt.
  • Detecteren van de aanwezigheid van bepaalde stoffen. Onder normale omstandigheden zouden sommige stoffen niet in de urine voor mogen komen. Als dat wel het geval is, kunnen ze een aanwijzing zijn voor een gezondheidsstoornis.
 
  • Het beoordelen van de impact van bepaalde ziekten of medicijnen. De aanwezigheid of het niveau van sommige componenten kan bepalen of een ziekte is verbeterd of verergerd of dat een medicijn een ongewenste bijwerking heeft veroorzaakt.

Lees ook:
De aanwezigheid van nitriet in de urine

Een urine sample voor een urineonderzoek

Soorten urineonderzoek

Er zijn verschillende soorten urineonderzoek, afhankelijk van de procedure die de specialist gebruikt en het doel ervan. De gebruikelijke analyses zijn de volgende:

  • Uroscopie – dit bestaat uit het visueel analyseren van het uiterlijk van de urine. De kleur, troebelheid en geur werpen belangrijke, hoewel niet doorslaggevende, gegevens af.
  • Teststrip – deze test bestaat uit het druppelen van een kleine hoeveelheid urine op een speciale strip (link in het Engels) die enkele chemische componenten bevat. Deze strips reageren dan in aanwezigheid van bepaalde stoffen in de urine en veranderen van kleur.
  • Urinesediment – dit gebeurt in een laboratorium en bestaat allereerst uit het scheiden van de vloeistoffen van de vaste stoffen in de urine. Deze laatste worden vervolgens onder de microscoop onderzocht om te bepalen of er bepaalde deeltjes of cellulaire elementen zijn.
 
  • Biochemische studie – deze test wordt ook uitgevoerd in een laboratorium en stelt een professional in staat te weten of er bepaalde stoffen of elementen zijn die op een ziekte kunnen duiden. Deze analyse is uitgebreider, die medische specialisten uitvoeren met speciale biochemische technieken.
  • Microbiologische studie – deze test kan vaststellen of er een infectie is en de ziektekiem noemen die de infectie veroorzaakt.

Leer meer over je urine:
Het verband tussen je gezondheid en de kleur van je urine

Bevindingen van een urineonderzoek

Analyse van urine

Een medisch specialist voert normaal gesproken een algemene inspectie van urine uit door er naar te kijken, om ongebruikelijke kenmerken te detecteren. Normale urine is helder en ruikt niet te sterk. Dus als het troebel is of erg sterk ruikt, dan kan er iets mis zijn.

Wat volgt is een eerste test met een teststrip. Wanneer de specialist een klein urinemonster op een teststrip aanbrengt, verandert het niet van kleur als de urine normaal is. Het verandert van kleur als er een stof aanwezig is die er niet zou mogen zijn.

Dit instrument detecteert:

  • Allereerst de zuurgraad of pH. Als het abnormaal is, kan dit wijzen op problemen in de urinewegen of de nieren.
 
  • Dichtheid. Een hoge dichtheid is een symptoom van uitdroging.
  • Eiwit. Een verhoogd eiwitgehalte is een aanwijzing voor nierproblemen.
  • Glucose. Als de urine glucose bevat, kan dit wijzen op diabetes.
  • Ketonlichamen. Ook indicatief voor diabetes, vooral voor decompensaties die ernstig kunnen zijn.
  • Bilirubine. De aanwezigheid ervan suggereert de mogelijkheid van leverziekte of leverschade.
  • Bloed. Dit kan een teken zijn van infectie, nierschade, nierstenen of nier- of blaaskanker. In dit geval zijn er andere methoden nodig om tot een diagnose te komen.
  • Tot slot, nitrieten of leukocytenesterase, die op een infectie zou kunnen duiden.

De aanwezigheid van bepaalde componenten in urine vereist verdere laboratoriumanalyse, zoals urinesediment, biochemisch onderzoek of microbiologisch onderzoek.

De medische specialist bepaalt de volgende stappen. Het is essentieel dat je de instructies van je arts opvolgt en geen stappen overslaat. Ga vooral naar je arts als je problemen met je urine hebt.

 

del Carmen Laso, M. (2002). Interpretación del análisis de orina. Archivo argentino pediatría, 100(2), 179.