De preventie van een smartphone-nek

09 juli, 2020
Het syndroom van een smartphone-nek manifesteert zich met een reeks symptomen die direct verband houden met het gebruik van smartphones. Pijn in de nek is het belangrijkste symptoom. Lees verder om er meer over te weten te komen.
 

Een ‘smartphone-nek’ wordt ook wel het gebroken nek syndroom genoemd. De eerste is echter een verwijzing naar een veelvoorkomende oorzaak van deze nekaandoening: het gebruik van mobiele telefoons. Het komt vaker voor vanwege de toename van het gebruik van smartphones en andere elektronische apparaten.

Dit syndroom manifesteert zich met een reeks pijnlijke nekklachten. De pijn begint meestal in het nekgebied en strekt zich uit tot de schouders en de rug. Er kan ook sprake van hoofdpijn zijn.

Hoewel pijn hier het grootste probleem is, zijn er al een tijdje medische waarschuwingen over andere aandoeningen die door deze apparaten worden veroorzaakt. Deze omvatten onder meer:

  • problemen als gevolg van blootstelling aan de schermverlichting.
  • gewrichtsschade veroorzaakt door herhaalde bewegingen.

Jongeren worden het meest door deze aandoening getroffen, aangezien deze groep dagelijks gedurende langere tijd mobiele apparaten gebruikt. Aangezien er echter ongeveer drie miljard mobiele telefoongebruikers in de wereld zijn, is de groep die vatbaar is voor deze aandoening enorm.

Het smartphone-nek syndroom is een erkende aandoening, ook al maakt het nog geen deel uit van de internationale classificatie van ziekten. Je zou kunnen zeggen dat het een vorm van cervicalgie of duizeligheids-syndroom is. In dit specifieke geval is de nekpijn echter aan de positie van het hoofd te wijten.

De oorzaken van het smartphone-nek syndroom

Vrouw zit op de grond met haar mobiel
 

Overmatig gebruik van mobiele apparaten is een van de hoofdoorzaken van een smartphone-nek. Het onderliggende probleem hier is de positie van het hoofd, die direct verband houdt met het gebruik van mobiele telefoons. Wat de pijn veroorzaakt is een abnormale houding van het hoofd gedurende langere perioden (Engelse link).

Wanneer het hoofd recht is of in een normale neutrale positie, dan is het gewicht dat het op de wervelkolom uitoefent ongeveer 9-10 pond. Dit is wat schedels gewoonlijk wegen. Als je echter je hoofd naar voren kantelt dan neemt het gewicht dat de nek moet dragen toe.

De houding van je hoofd en nek wordt vervolgens een gewoonte en verergert. Hoe vaker je je telefoon gebruikt, hoe groter de hoek die je gebruikt om erop te typen en te lezen. Het gebeurt geleidelijk en velen merken het nauwelijks.

Hoe zit het dan met computers? Veel mensen zitten immers dagelijks vele uren naar hun beeldscherm te kijken. Nekpijn kan optreden als je veel tijd achter je computer in een verkeerde houding zit.

Onderzoekers ontdekten ook dat er minder lateralisatie van het hoofd en een mindere mate van het heffen van de schouders optreedt wanneer iemand een computer gebruikt.

Ergonomen (de mensen die de houding bestuderen en hoe dit de menselijke gezondheid beïnvloedt) gebruiken een schaal om het risico te beoordelen. Het wordt de RULA-schaal (Engelse link) genoemd.

Het dagelijkse gebruik van mobiele telefoons levert een score van 6 op, wat een zeer hoog risico is. Mobiele telefoons veroorzaken namelijk een grotere kanteling van het hoofd dan computers.

 

Lees ook:
Geweldige natuurlijke remedies tegen nekpijn

Wat is de ideale positie om een smartphone te gebruiken?

De nek rekken voor ontspanning

Zoals elke activiteit met een specifieke houding, zijn er betere, gezondere manieren om het te doen. Er zijn drie hoofdconcepten voor de juiste positie van je lichaam tijdens het gebruik van een smartphone:

  • Houd je hoofd in de neutrale positie van nul graden.
  • Houd de arm die de smartphone vasthoudt altijd op ooghoogte om je schedel niet naar beneden te forceren.
  • Laat je nek op verschillende tijdsintervallen rusten en verander de positie.

Aangezien een smartphone-nek ook verband houdt met het continue gebruik van computers, gelden bovenstaande aanbevelingen ook voor computergebruik. Houd je hoofd dus op nul graden wanneer je een computer gebruikt. Zet je monitor op ooghoogte en neem regelmatig een pauze.

Ontdek ook:
Drie yogahoudingen tegen spanning in de nek

Stappen om het smartphone-nek syndroom te voorkomen

Er zijn geen drastische maatregelen nodig om een smartphone-nek te voorkomen. Hier zijn enkele basisaanbevelingen die je onmiddellijk toe kunt passen:

  • Leg de smartphone neer. Neem een pauze van de schermen, vooral van je mobiele telefoon, en laat je ogen en nekspieren ontspannen.
 
  • Stretch. Maak van de gelegenheid gebruik om je hoofd te bewegen en je nekspieren te strekken wanneer je deze apparaten niet gebruikt. Je kunt ook je bovenste ledematen strekken om je nek nog verder te ontspannen.
  • Hef je armen op en gebruik ondersteuning. Houd je scherm op ooghoogte zodat je hoofd in een neutrale positie kan blijven. Controleer de houding van de arm die de mobiele telefoon vasthoudt en pas de hoogte van je bureaus en tafels aan.
  • Regel het licht van je scherm. Het licht van de telefoon kan je oogspieren overprikkelen.
  • Gebruik de mobiele telefoon niet nadat je naar bed bent gegaan. Het is normaal dat mensen hun berichten in bed lezen en beantwoorden. Dit leidt tot een volledig onnatuurlijke houding, omdat je je armen omhoog moet duwen, je zicht te veel moet stimuleren en je nek zonder ondersteuning moet vasthouden.

Raadpleeg een gezondheidsdeskundige als je door een smartphone-nek pijn hebt. Ze zouden je moeten kunnen diagnosticeren en je enkele fysiotherapiesessies en een pijnstiller kunnen geven om de pijn te verminderen. Wees echter niet te bang voor deze aandoening, maar weet dat je veel beter af zult zijn als je het kunt voorkomen.

 
  • Chronic Conditions Team. Text Neck: Is Smartphone Use Causing Your Neck Pain? Healthessentials. 2015.
  • Cuéllar J, Lanman T. “Text neck”: an epidemic of the modern era of cell phones?. The Spine Journal.2017;17:901-902.
  • Mössle T, Kleimann M, Rehbein F, Pfeiffer C. Media use and school achievement–boys at risk? Br J Dev Psychol. 2010;28:699–725.