De kenmerken en behandeling van speekselvloed

13 november, 2020
Vandaag bespreken we de kenmerken en behandeling van speekselvloed of het onvrijwillige passieve verlies van speeksel uit de mond.

Sialorrhea of speekselvloed is wat we in de gewone taal ‘kwijlen’ noemen. Deze aandoening is natuurlijk heel normaal bij kinderen tussen de 15 en 36 maanden oud. Het wordt echter als abnormaal beschouwd als het na de leeftijd van vier jaar optreedt. Vandaag gaan we de kenmerken en behandeling van speekselvloed nader bekijken.

Hoewel speekselvloed een aandoening lijkt te zijn die alleen het uiterlijk beïnvloedt, kan het ook met ernstige gezondheidsproblemen te maken hebben. Deze omvatten bijvoorbeeld hersenverlamming of de ziekte van Parkinson. Het kan ook het gevolg van een zwangerschap of het nemen van bepaalde medicijnen zijn.

Wat is speekselvloed en waardoor wordt het veroorzaakt?

Kwijlende baby

Speekselvloed is een aandoening die wordt gekenmerkt door het onvermogen om speeksel in de mond vast te houden en naar het spijsverteringskanaal te leiden. Het is een overmatige productie van speeksel of een afwijking in de verwerking ervan.

De meestvoorkomende oorzaken van speekselvloed zijn neurologische aandoeningen (Spaanse link). Onder hen zijn, zoals we al zeiden, hersenverlamming en de ziekte van Parkinson. Het komt echter ook voor bij mensen die aan amyotrofische laterale sclerose (ALS) lijden, het Riley-Day-syndroom hebben of de effecten van een herseninfarct.

Deze aandoening komt bovendien ook veel voor bij degenen die antipsychotische, hypnotiserende of kalmerende medicijnen gebruiken. Op dezelfde manier is het gebruikelijk dat een plotselinge toename van de speekselproductie tijdens de zwangerschap optreedt dit is tussen de tweede en vierde week van de zwangerschap.

Lees ook:
Taai speeksel: waarom komt dit voor?

De kenmerken van deze aandoening

De speekselklieren zijn verantwoordelijk voor de speekselproductie. Er zijn er drie: de parotis, submandibulaire en sublinguale klieren. De eerste produceert waterig speeksel, terwijl de andere twee continu een dikkere vloeistof produceren. Dit is het soort speeksel dat vaak tot verstikking leidt.

Elke dag produceren ze ongeveer 50 gram speeksel, waarvan 70% afkomstig is van de submandibulaire en sublinguale klieren (Spaanse link). Als zodanig is speekselvloed geen ziekte die naar een andere, ernstiger aandoening evolueert. Het heeft echter ernstige gevolgen voor de kwaliteit van leven van iemand.

Er is geen specifieke arts die in de behandeling van speekselvloed gespecialiseerd is. Je moet daarom bij het vermoeden van deze aandoening je huisarts raadplegen. Hij of zij zal je naar een specialist doorverwijzen, afhankelijk van de oorzaak van het probleem.

Classificatie van speekselvloed

Vanuit het oogpunt van de oorsprong van speekselvloed zijn er twee soorten speekselvloed beschreven. Deze zijn dan onder te verdelen in de volgende twee:

  • Anterieure sialorroe: komt voort uit een neuromusculaire deficiëntie in combinatie met overmatige speekselproductie. Het leidt ertoe dat de vloeistof uit de mondhoeken of de onderlip morst.
  • Posterieure sialorroe: wanneer het probleem in de stroom van speeksel van de tong naar de keelholte ontstaat.

Volgens de beoordelingsschaal van Thomas-Stonell en Greenberg (Spaanse link) is het ook mogelijk om speekselvloed op basis van de ernst of frequentie te classificeren. Vanuit dat oogpunt is de graduatie als volgt:

  • Droge mond
  • Mild (natte lippen)
  • Matig (natte lippen en kin)
  • Ernstig (natte kleding)
  • Overvloedig (kleding, handen en gebruiksvoorwerpen zijn nat)

Afhankelijk van de frequentie van de speekselvloed is de beoordelingsschaal van Thomas-Stonell en Greenberg als volgt te verdelen:

  • Nooit kwijlen
  • Af en toe kwijlen
  • Frequente sialorroe
  • Constant kwijlen

Gevolgen van speekselvloed

Oudere man met een verpleegkundige

Speekselvloed is een relevant medisch probleem. Het veroorzaakt niet alleen een merkbare handicap (Spaanse link), maar ook extra problemen bij de behandeling van patiënten met neurologische problemen. Over het algemeen heeft deze aandoening gevolgen. Dit kunnen onder andere  de volgende zijn:

  • Schilferende lippen
  • Spiervermoeidheid
  • Dermatitis
  • Veranderingen in de smaakzin
  • Moeilijkheden met de stem

Vanuit fysiek oogpunt is het grootste risico echter aspiratiepneumonie (Spaanse link), vanwege problemen met het doorslikken van voedsel. Deze patiënten zijn ook vatbaarder voor orale infecties.

Tegelijkertijd kunnen de psychosociale gevolgen zeer ernstig zijn. Kwijlen leidt tot sociale afwijzing, zelfs bij zorgverleners. Dit beperkt ook de normale uitvoering van dagelijkse activiteiten.

Lees ook:
De verschillen tussen odynofagie en dysfagie

De behandeling van speekselvloed

Er zijn drie manieren om speekselvloed te behandelen: logopedie, farmacologie en chirurgie. De benadering door middel van logopedie omvat het uitvoeren van een reeks oefeningen om de pathologische reflexen te remmen.

Om precies te zijn, het doel van deze behandeling van speekselvloed is om het sluiten van de lippen en het opzuigen of inslikken van speeksel te verbeteren. Voortdurende training kan voor verbetering zorgen.

Wat betreft de farmacologische behandeling, het betreft anticholinergica, die de afscheiding van speeksel helpen verminderen. Deze medicijnen moeten echter hand in hand met oefeningen gaan. Helaas ervaren sommige mensen een intolerantie voor dit soort medicatie.

Het is ook mogelijk om speekselvloed door injectie van botulinumtoxine type A (TBA) te behandelen. Dit wordt rechtstreeks op de speekselklieren aangebracht en vermindert ook de productie van speeksel. Het meest positieve is dat het zeer weinig bijwerkingen veroorzaakt (Spaanse link).

Tot slot, als geen van deze maatregelen werkt, zal de specialist waarschijnlijk besluiten om een chirurgische ingreep uit te voeren. Elke patiënt is in ieder geval anders en soms is een combinatie van maatregelen nodig om tot effectiviteit te komen.

  • Hernández-Palestina, M. S., Cisneros-Lesser, J. C., Arellano-Saldaña, M. E., & Plascencia-Nieto, S. E. (2016). Resección de glándulas submandibulares para manejo de sialorrea en pacientes pediátricos con parálisis cerebral y poca respuesta a la toxina botulínica tipo A. Estudio piloto. Cirugía y Cirujanos, 84(6), 459-468.
  • Silvestre Donat, F. J., Miralles Jordá, L., & Martínez Mihi, V. (2004). Tratamiento de la boca seca: puesta al día. Medicina Oral, Patología Oral y Cirugía Bucal (Ed. impresa), 9(4), 273-279.
  • Carod Artal, F. J. (2003). Tratamiento de la sialorrea en enfermedades neurológicas mediante inyecciones transcutáneas de toxina botulínica A en las glándulas parótidas. Neurologia, 18(5), 280-284.
  • Rebolledo, Francisco Aguilar. “Tratamiento de sialorrea en enfermedades neurológicas más frecuentes del adulto.” Plasticidad y Restauración Neurológica 5.2 (2006): 123-128.
  • Cisneros-Lesser, Juan Carlos, and Mario Sabas Hernández-Palestina. “Tratamiento del paciente con sialorrea. Revisión sistemática.” Investigación en discapacidad 6.1 (2017): 17-24.
  • Narbona, J., and C. Concejo. “Salivary incontinence in a child with neurological disease.” Acta Pediatrica Española 65.2 (2007): 56.
  • Almirall, Jordi, Mateu Cabré, and Pere Clavé. “Complicaciones de la disfagia orofaríngea: neumonía por aspiración.” Los peldaños para vivir bien con disfagia: 18.
  • Pelier, Bárbara Yumila Noa, et al. “Empleo de Kinesiotaping como tratamiento de la sialorrea en pacientes con enfermedad cerebrovascular.” Medimay 26.1 (2019): 88-98.
  • Galindo, A. Palau, et al. “Utilidad terapéutica de un efecto secundario para el control de la sialorrea.” Atención Primaria 34.1 (2004): 55.
  • Carod Artal, F. J. “Tratamiento de la sialorrea en enfermedades neurológicas mediante inyecciones transcutáneas de toxina botulínica A en las glándulas parótidas.” Neurologia 18.5 (2003): 280-284.