Wat zijn spoorelementen en waarom zijn ze belangrijk?

28 januari, 2021
Spoorelementen zijn essentiële micronutriënten voor verschillende functies van het lichaam. Te weinig ervan hebben kan stofwisselingsstoornissen en chronische ziekten veroorzaken.

Spoorelementen spelen een belangrijke rol in je gezondheid. In feite schatten experts dat ze ten minste vijf functies in levende organismen vervullen. Ze staan ook als sporenmetalen bekend en je kunt ze meestal via voeding binnen krijgen.

Waaruit bestaan ze? Bij welke organen zijn ze betrokken? In dit artikel willen we je alles vertellen wat je over spoorelementen moet weten. We vertellen je daarnaast de belangrijkste dingen over hen en welke taken ze in het lichaam uitvoeren.

Wat zijn spoorelementen?

Spoorelementen zijn mineralen die we in zeer kleine hoeveelheden in het lichaam aantreffen. Ze zijn bovendien essentieel voor het normaal functioneren van het lichaam.

Over het algemeen helpen ze bij metabole functies, zoals regulatie en vorming van structuren zoals hormonen of celmembranen. Ze nemen ook deel aan enzymatische activiteiten.

Lees ook:
Wat is metabolisme en is die van jou snel of traag?

Waarom zijn ze belangrijk?

Verschillende voedingsmiddelen

Zoals we al zeiden, vervullen spoorelementen verschillende functies in het lichaam. Hieronder noemen we enkele van de belangrijkste spoorelementen en hun functies:

  • Calcium: heeft invloed op het zenuwstelsel. Het heeft bovendien invloed op botten, tanden en bloedstolling.
  • Koper: komt voor in lichaamsweefsels, zoals de lever, hersenen, nieren en het hart.
  • Fluor: maakt deel uit van de tanden.
  • Fosfor: helpt bij de vorming van eiwitten.
  • IJzer: integreert hemoglobine. Het is ook bij cellulaire ademhaling, glucose-oxidatie, vetzuuroxidatie en DNA-synthese betrokken.
  • Mangaan: maakt deel uit van bepaalde enzymen. Als je niet genoeg hebt, dan kan dit tot gewichtsverlies, dermatitis en misselijkheid leiden. Het kan bovendien een rol spelen bij seksuele en reproductieve functies.
  • Magnesium: helpt bij het glucosemetabolisme.
  • Kalium: brengt de interne omgeving in evenwicht.
  • Natrium: net als kalium brengt dit ook de interne omgeving in evenwicht.
  • Jodium: nodig voor de schildklierfunctie.
  • Zink: is betrokken bij het metabolisme van eiwitten en nucleïnezuren. Het speelt daarom een zeer belangrijke rol bij de zwangerschap en de ontwikkeling van de foetus. Het bevordert ook de activiteit van veel enzymen.

Wat gebeurt er als er een tekort is?

Het is belangrijk om duidelijk te zijn dat een aantal spoorelementen als essentieel wordt beschouwd, dus er niet genoeg van binnenkrijgen veroorzaakt metabole en fysiologische veranderingen die deficiëntieziekten worden genoemd. Ze worden ook met stofwisselingsziekten geassocieerd.

Verschillende onderzoeken suggereren zelfs (Spaanse link) dat ijzertekort wereldwijd een van de meestvoorkomende aspecten van ondervoeding is. In ontwikkelingslanden gaat ijzertekort over het algemeen met andere tekorten samen. Het gaat bijvoorbeeld onder andere vaak samen met zink en jodium, vitamine A, B12 en foliumzuur.

Oorzaken van ijzertekort

IJzertekort in het bloed

Hieronder zullen we enkele van de meestvoorkomende oorzaken van een ijzertekort noemen en wat dit tekort vervolgens in het lichaam zou kunnen veroorzaken:

  • IJzerarm dieet: slechte voeding, chronisch alcoholisme, verminderde consumptie van dierlijke eiwitten en vitamine C.
  • Situaties waarin je meer nodig hebt: zwangerschap, operatie, menstruatie, kindertijd en adolescentie, gastro-intestinale bloeding, nierziekte en meer.
  • Onvoldoende gastro-intestinale opname: de opname van bepaalde voedingsmiddelen of medicijnen kan verstoord worden.

Bij andere spoorelementen kan een tekort aan deze elementen de hieronder genoemde symptomen en complicaties in het menselijk lichaam veroorzaken:

  • Foliumzuur: neurale buisdefecten of miskramen.
  • Jodium: bemoeilijken van zwangerschap of leiden tot een verstandelijke beperking.
  • Selenium, koper, calcium: worden met zwangerschapscomplicaties in verband gebracht en problemen met de ontwikkeling van de foetus.
  • Magnesium: pre-eclampsie en vroeggeboorte.

Misschien ook interessant om te lezen:
Inname foliumzuur tijdens de zwangerschap verhogen

Hebben we allemaal dezelfde hoeveelheid spoorelementen nodig?

Dit is iets waar we duidelijk over moeten zijn. Er zijn ook verschillende situaties of levensperioden waarin je meer spoorelementen moet consumeren. Zoals we al zeiden, omvat dit zwangerschap, borstvoeding, kindertijd of adolescentie.

Onthoud ook dat er enkele ziekten zijn die kunnen veranderen hoeveel spoorelementen je nodig hebt. In elk van deze gevallen moet je ervoor zorgen dat je genoeg binnenkrijgt.

Voorkom een tekort aan spoorelementen

De beste manier om een tekort te voorkomen, is door een uitgebalanceerd dieet te volgen. Dat omvat het eten van zoveel mogelijk verschillende soorten voedsel, zowel dierlijk als plantaardig. Vergeet bovendien niet dat de beste manier om spoorelementen binnen te krijgen via voedsel is.

In specifieke gevallen, zoals zwangerschap, kindertijd of bepaalde ziekten, kun je het beste met je arts praten over wat hij aanbeveelt om tekorten te voorkomen. Hij kan je ook vertellen welke supplementen je mogelijk nodig hebt om aan de vereisten te voldoen.

Laatste gedachten

Spoorelementen vervullen veel lichaamsfuncties, daarom kan een tekort gezondheidsproblemen veroorzaken. Tot slot, om die tekorten te voorkomen, moet je een uitgebalanceerd dieet volgen. Soms moet je supplementen gebruiken om toekomstige problemen te voorkomen.

  • Reynaud AC. Requerimiento de micronutrientes y oligoelementos. Rev. peru. ginecol. obstet. 2014;60(2): 161-170.
  • Urdaneta Machado JR, Urribarrí L, Villalobos M, García J, Guerra M, ZambranoDeficiencia de oligoelementos durante el primer trimestre del embarazo en Maracaibo, Venezuela. An Venez Nutr 2013; 26(1): 14 – 22.
  • Ramírez Hernández J, Bonete MJ, Martínez Espinosa RM. Propuesta de una nueva clasificación de los oligoelementos para su aplicación en nutrición, oligoterapia, y otras estrategias terapéuticas. Nutr Hosp. 2015;31(3):1020-1033.