Fulvestrant de hormoontherapie bij uitstek

Huidige endocriene of hormonale behandelingsopties omvatten selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (tamoxifen), aromataseremmers en negatieve regulatoren van oestrogeenreceptorexpressie, zoals fulvestrant. Hoe dat laatste werkt, zullen we in het artikel zien.
Fulvestrant de hormoontherapie bij uitstek

Laatste update: 21 september, 2021

Hormoontherapie zoals fulvestrant is voor veel problemen een goede optie. Fulvestrant is een medicijn dat de oestrogeenreceptoren blokkeert, een van de vrouwelijke geslachtshormonen. Artsen gebruiken het om een aantal soorten borstkanker te behandelen die oestrogeen gebruiken om in het lichaam te groeien en zich te vermenigvuldigen.

We weten dat de meeste borstneoplasmata afhankelijk zijn van oestrogene stimuli, vandaar dat de blokkade van de receptoren voor deze hormonen de belangrijkste therapeutische strategie is.

Onlangs heeft het gebruik van gerichte therapieën in combinatie met hormoontherapie de resultaten van geavanceerde ziektevrije overleving verbeterd, met minder bijwerkingen dan bij conventionele chemotherapie.

Hormoonafhankelijke of HR+ borstkanker

Vrouw geeft aan waar ze pijn heeft

Borstkanker is het meest gediagnosticeerde type neoplastische ziekte en de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de meeste van deze tumoren oestrogeen- en/of progesteronreceptorpositief zijn.

Hormoonreceptor-positieve ziekte wordt ook wel RH+-borstkanker genoemd. Het gedrag is anders dan dat van hormoonreceptor-negatieve of HR-neoplasmata. Ze verschillen vooral in het verloop van de ziekte, maar ook in de timing en het type recidief. Patiënten met HR+-tumoren ervaren een constant levenslang risico op een laat recidief en kankergerelateerd overlijden.

Huidige behandeling van borstkanker bij hormoonafhankelijke tumoren

Afbeelding van borstkanker

Momenteel is hormoontherapie de voorkeursoptie voor de behandeling van hormoonreceptorpositieve borstkanker, zelfs als er uitzaaiingen aanwezig zijn. De fase waarin de vrouw verkeerd is onder meer bepalend voor de hormoonbehandeling:

  • Postmenopauzale vrouwen: kunnen de meeste beschikbare therapieën gebruiken.
  • Premenopauzale vrouwen: alleen tamoxifen is beschikbaar als behandeling. Als deze patiënten het gebruik van andere behandelingen zoals fulvestrant of aromataseremmers nodig hebben, dan is onderdrukking van de ovariële functie noodzakelijk.

Huidige endocriene of hormonale behandelingsopties omvatten selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (tamoxifen), aromataseremmers en negatieve regulatoren van oestrogeenreceptorexpressie, zoals hormoontherapie met fulvestrant.

Naast de menopauzale status zal de keuze van het type behandeling ook afhangen van het gebruik van en de respons op eerdere therapieën, ziektevrije tijd, verwachte toxiciteit en tumorsamenstelling.

De werkzaamheid van fulvestrant werd voor het eerst aangetoond in de FIRST-studie (Spaanse link) waarin werd aangetoond dat een endocriene therapie effectiever zou kunnen zijn dan een aromataseremmer in de eerste lijn van de behandeling van borstkanker.

Een andere studie, bekend als FALCON 3, vergeleek ook een aromataseremmer en fulvestrant bij borstkankerpatiënten met niet-viscerale gemetastaseerde kanker. Fulvestrant toonde een significant voordeel aan wat betreft de progressievrije overleving, waardoor de werkzaamheid werd versterkt.

Specialisten hebben andere onderzoeken uitgevoerd die de toediening van fulvestrant met CDK 4/6-remmers, zoals palbociclib, ondersteunen. De PALOMA 3-studie toonde aan dat palbociclib een significant voordeel biedt bij patiënten die eerder met HR+-borstkanker zijn behandeld.

Werkingsmechanisme van fulvestrant in het lichaam

Zoals we hebben uitgelegd, is fulvestrant een effectief medicijn voor de behandeling van borsttumoren die oestrogeenreceptoren hebben. Wanneer tumorgroei door het effect van oestrogeenbinding aan de kankerreceptoren wordt gestimuleerd, dan schrijven artsen deze therapie voor.

Fulvestrant is een oestrogeenreceptorantagonist. Dit betekent dat het een interactie met de receptor op dezelfde plaats aangaat als de oestrogeenmoleculen. Het dankt zijn werkzaamheid dus aan zijn vermogen om oestrogeenreceptoren te binden en te blokkeren.

Conclusie

Hoewel we grote vooruitgang in de strijd tegen kanker hebben geboekt, zijn er nog veel open vragen en moet er nog veel onderzoek worden gedaan. De ontwikkeling van de hormoontherapie met fulvestrant was ongetwijfeld een grote vooruitgang in de behandeling van deze ziekte. Onderzoekers blijven het potentieel ervan in combinatie met palbociclib onderzoeken. Wellicht ook interessant voor jou

Is borstkanker voorkomen mogelijk? We geven je 6 aanbevelingen
Gezonder Leven
Lees het op Gezonder Leven
Is borstkanker voorkomen mogelijk? We geven je 6 aanbevelingen

Is borstkanker voorkomen mogelijk? Borstkanker is één van de meest gediagnosticeerde kankers ter wereld. Het is een chronische aandoening die optre...



  • Johnston, S. R. D., Kilburn, L. S., Ellis, P., Dodwell, D., Cameron, D., Hayward, L., … Bliss, J. M. (2013). Fulvestrant plus anastrozole or placebo versus exemestane alone after progression on non-steroidal aromatase inhibitors in postmenopausal patients with hormone-receptor-positive locally advanced or metastatic breast cancer (SoFEA): A composite, multicentre, phase 3 randomised trial. The Lancet Oncology. https://doi.org/10.1016/S1470-2045(13)70322-X
  • Robertson, J. F. R., Bondarenko, I. M., Trishkina, E., Dvorkin, M., Panasci, L., Manikhas, A., … Ellis, M. J. (2016). Fulvestrant 500 mg versus anastrozole 1 mg for hormone receptor-positive advanced breast cancer (FALCON): an international, randomised, double-blind, phase 3 trial. The Lancet. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(16)32389-3
  • Howell, A., Robertson, J. F. R., Albano, J. Q., Aschermannova, A., Mauriac, L., Kleeberg, U. R., … Morris, C. (2002). Fulvestrant, formerly ICI 182,780, is as effective as anastrozole in postmenopausal women with advanced breast cancer progressing after prior endocrine treatment. Journal of Clinical Oncology. https://doi.org/10.1200/JCO.2002.10.057