De classificatie van pijnstillende middelen

25 juli 2019
Het belangrijkste doel van pijnstillers is het verlichten van pijn en ze zijn zeker nuttig voor veel verschillende soorten pijn.

Het woord analgesie betekent “ontkenning of gebrek aan pijn.” Daarom worden pijnstillende middelen ook wel analgetica genoemd.

Volgens de International Association for the Study of Pain (IASP) is pijn een “onaangename zintuiglijke en emotionele ervaring.” Deze associatie van de pijnervaring heeft meestal te maken met echte of potentiële verwondingen.

Er zijn twee soorten pijn:

  • acute pijn
  • chronische pijn

Ze verschillen in termen van zintuiglijke ervaring en ook in de emotionele ervaring die ze veroorzaken. Daarom hebben ze een andere classificatie nodig als het gaat om pijnstillende middelen.

Acute pijn ontstaat uit een beschadiging van weefsels en verdwijnt nadat de wond genezen is. Over het algemeen is het moeilijk om een specifieke weefselbeschadiging die chronische pijn veroorzaakt te vinden. Chronische pijn houdt echter wel lang aan. Twee voorbeelden van chronische pijn zijn:

  • migraine
  • artrose

Zoals we al eerder hebben aangegeven, is het emotionele component anders bij acute en chronische pijn.

  • In het geval van acute pijn, is het gebruikelijk om onder andere prikkelbaarheid, angst en woede te ervaren.
  • Als het gaat om chronische pijn, is er een neiging tot depressie.

Vaak kunnen deze emotionele symptomen gelukkig ook behandeld worden.

De hoofdclassificatie van pijnstillende middelen

Het belangrijkste doel van pijnstillende middelen is het verlichten van pijn. Ze zijn ook nuttig voor veel verschillende soorten pijn. Omdat er dus veel verschillende soorten pijn zijn, wordt de indeling van pijnstillende middelen in drie grote groepen onderverdeeld.

Zuivere pijnstillende middelen tegen koorts

Arts bekijkt een strip pillen

Pijnstillende middelen hebben ook andere functies. Hoewel de overgrote meerderheid ook koortswerend en ontstekingsremmend is, is deze groep de uitzondering.

Een voorbeeld van een zuiver pijnstillend middel tegen koorts is paracetamol. Het vermindert dus niet de ontsteking, maar verlaagt alleen de koorts en vermindert de pijn.

Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s)

NSAID’s danken hun functie aan de blokkade die ze voor het enzym cyclo-oxygenase (COX) veroorzaken. Bovendien verhinderen deze geneesmiddelen dat COX de stoffen die verband houden met het ontstekingen synthetiseert, waardoor ze het ontstekingsproces stoppen. Voorbeelden van NSAID’s zijn aspirine en ibuprofen.

Er zijn echter verschillende soorten COX, die elk een eigen functie hebben, en er zijn ook pijnstillers die elk type specifiek blokkeren. Deze medicijnen worden selectieve COX-remmers (selectieve iCOX) genoemd. Voorbeelden hiervan zijn celecoxib en rofecoxib.

Dit vind je misschien ook interessant:
7 ontstekingsremmende voedingsmiddelen die je moet kennen

Opioïden

Opioïde pijnstillers activeren opioïde receptoren. Wanneer een opioïde-receptor wordt geactiveerd, belemmert het over het algemeen de zenuwtransmissie. Een geactiveerde opioïde-receptor vermindert dus de zenuwtransmissie van pijn.

Er zijn verschillende soorten opioïden, afhankelijk van hun efficiëntie en andere kenmerken. Hieronder vinden we:

  • Zuivere agonisten. Dit zijn de meest effectieve middelen. De meest bekendste voorbeelden zijn morfine, codeïne en methadon.
  • Gedeeltelijke agonisten zijn iets minder effectief. Een voorbeeld hiervan is buprenorfine.
  • Agonisten-antagonisten activeren bepaalde opioïde-receptoren en blokkeren anderen. Het beste voorbeeld hiervan is pentazocine.
  • Gemengd. Deze hebben andere functies dan de meeste andere opioïden. Een voorbeeld hiervan is tramadol.

Let op dat opioïden vaak ongewenste bijwerkingen hebben, zoals:

  • misselijkheid
  • constipatie
  • verdoofd gevoel

Lees ook:
Maak met deze 5 tips een goed ontbijt als je lijdt aan fibromyalgie

Secundaire pijnstillende middelen

Het primaire doel van secundaire pijnstillers is niet noodzakelijkerwijs het verlichten van de pijn. Ze zijn eigenlijk uitgevonden om andere aandoeningen te behandelen. Toch verlichten ze wel een bepaalde soort specifieke pijn.

Antidepressiva

Zoals we al hebben uitgelegd, is het gebruikelijk om depressieve symptomen te associëren met pijn, vooral als het gaat om chronische pijn. Antidepressiva kunnen in dit verband nuttig zijn. Een van de meest gebruikte is amitriptyline.

Anti-epileptica

Anti-epileptica verminderen de zenuwtransmissie. Bij gebruik ervan vermindert de zenuwtransmissie van de pijn. Carbamazepine en lamotrigine komen het meest voor.

Spierverslappers

Spierverslappers kunnen spierpijn verlichten. Als de oorzaak van de pijn in de spieren ligt, ontspannen deze medicijnen de aangetaste spieren en verminderen ze de pijn.

Bovendien kunnen ze in deze gevallen helpen om de blessure op te lossen. Over het algemeen zijn de meestvoorkomende spierverslappers diazepam, gabapentine en topiramaat.

Lokale verdoving

Pijnstillende middelen door middelen van injectie

Lokale verdovingsmiddelen blokkeren de zenuwtransmissie in het gebied waar ze worden toegepast. Door het gebruik van plaatselijke verdovingsmiddelen in het oorspronkelijke pijngebied zal het dus verdwijnen of afnemen.

Bovendien kunnen deze pijnstillers ook werken in structuren waardoor de pijnlijke impuls de hogere zenuwcentra raakt. Op deze manier zal de pijn niet al te vervelend zijn, althans voor het grootste deel. De meest populaire plaatselijke verdovingsmiddelen zijn lidocaïne en pilocarpine.

Corticosteroïden

Corticosteroïden ten slotte hebben een effect dat vergelijkbaar is met dat van NSAID’s, in die zin dat ze werken door ontstekingen te remmen of te verminderen. Wanneer de ontsteking afneemt, neemt ook de pijn af die erdoor veroorzaakt wordt. Een veelvoorkomende corticosteroïde is prednison.