Wat is het syndroom van Horner?

14 augustus, 2020
Het syndroom van Horner wordt altijd veroorzaakt door een andere ziekte waaraan de patiënt lijdt. Het meest kenmerkende symptoom is dat de pupil aan de aangedane zijde van het gezicht samentrekt.

Het syndroom van Horner is een zeldzame aandoening, en is ook bekend onder de naam oculosympathische verlamming. Bij deze aandoening worden de zenuwen van het oog en het gezicht aangetast.

Door dit syndroom trekt namelijk de pupil van de aangedane zijde van het gezicht samen. Daarnaast hangt het ooglid af en neemt het vermogen om te zweten aan die kant af.

Het syndroom van Horner treedt altijd op als gevolg van een onderliggende ziekte. De meestvoorkomende aandoeningen waardoor het meestal ontstaat zijn:

  • een beroerte
  • tumor of laesie op het ruggenmerg
  • hersentumor

Syndroom van Horner

In bepaalde gevallen kunnen artsen de onderliggende aandoening niet vinden. In dat geval is het moeilijk om het syndroom te behandelen. Dat komt omdat het behandelen van de onderliggende oorzaak de normale zenuwfuncties kan herstellen.

Houd er rekening mee dat het syndroom van Horner kan voorkomen bij mensen van elke leeftijd. Zoals we hierboven reeds vermeld hebben, is deze aandoening ook zeer zeldzaam.

Waarom ontstaat dit syndroom?

Het zenuwstelsel wordt beïnvloed door het syndroom van Horner

Om te begrijpen waarom het syndroom van Horner optreedt, moet je kijken naar de werking van een reeks zenuwvezels, zoals de zenuwbanen die verband houden met:

  • zweten.
  • de pupillen van de ogen.
  • bepaalde spieren rond de ogen.

Deze zenuwbanen beginnen in het deel van de hersenen dat de hypothalamus wordt genoemd en lopen van daaruit naar het gezicht en de ogen. Als deze zenuwbanen op enig moment worden aangetast, kan dit leiden tot het syndroom van Horner.

Het pad dat deze zenuwvezels afleggen is erg complex. Vanuit de hersenen gaan ze door het ruggenmerg, komen hier op borsthoogte weer uit en gaan terug omhoog door de nek. De zenuwbanen lopen daar naast de halsslagader. Dan gaan ze de schedel in en bereiken de binnenkant van het oog.

Schade aan deze zenuwvezels kan worden veroorzaakt door onder andere de volgende oorzaken:

  • een letsel van de halsslagader, een van de belangrijkste slagaders die naar de hersenen gaat.
  • een laesie op de zenuwen aan de basis van de nek, de brachiale plexus genoemd.
  • migraine-aanvallen.
  • een tumor, een beroerte of andere beschadiging van de hersenen of van de hersenstam.
  • een tumor aan de bovenkant van de long.
  • sympathectomie. Dit is een injectie of operatie om de zenuwvezels te onderbreken om vervolgens een specifieke pijn te verlichten.

Verschillende vormen

Er zijn bepaalde gevallen waarin het syndroom van Horner zich ontwikkelt op het moment van geboorte. Deze aandoening kan ook optreden bij een gebrek aan kleur en pigmentvlekken van de iris. Hoewel dit syndroom niet vaak voorkomt, wordt geschat dat het aangeboren syndroom 1 op de 6.000 geboorten treft.

Het syndroom van Horner kan, afhankelijk van de locatie en de manier waarop de onderliggende aandoening optreedt, op vier verschillende manieren worden geclassificeerd. Men onderscheidt daarbij deze verschillende varianten van het syndroom van Horner:

  • centraal
  • preganglionisch
  • postganglionisch
  • aangeboren

Mogelijk ben je geïnteresseerd in:
Vijf dingen die je ogen over je gezondheid vertellen

Symptomen van het syndroom van Horner

Symptomen van het syndroom van Horner

Houd er rekening mee dat het syndroom van Horner altijd slechts één kant van het gezicht treft. De meestvoorkomende symptomen en klachten die men gebruikt om deze aandoening te identificeren, zijn onder andere:

  • Het bovenste ooglid hangt af.
  • Lichte verhoging van het onderste ooglid.
  • Miose. Dat wil zeggen een aanhoudende kleine pupil.
  • Anisocoria. Dat betekent dat er een opvallend verschil is tussen de grootte van beide pupillen.
  • Kleine of langzame verwijding van de pupil onder invloed van licht.
  • Vermindering of afwezigheid van het vermogen om te zweten aan de aangedane zijde van het gezicht.

Deze symptomen zijn bepaald niet gemakkelijk op te sporen. Ze kunnen zich bovendien heel subtiel ontwikkelen, wat de diagnose van dit syndroom nog verder bemoeilijkt.

Symptomen bij kinderen

In het geval dat het syndroom van Horner zich bij kinderen ontwikkelt, zijn er een reeks kenmerkende symptomen die je kunt waarnemen. Vaak zal er sprake zijn van een afhangend ooglid. Daarnaast wordt de iris van het aangedane oog vaak lichter van kleur, vooral bij kinderen jonger dan één jaar oud.

Bovendien wordt de aangedane zijde van het gezicht niet rood. Het gezicht van het kind moet van nature rood worden bij fysieke inspanning, emotionele reacties of bij blootstelling aan bijvoorbeeld hitte. In het geval van het syndroom van Horner gebeurt het echter niet.

Lees ook dit artikel:
Ontdek visuele problemen bij kinderen op jonge leeftijd

Diagnose en behandeling van het syndroom van Horner

Oogonderzoek om het syndroom van Horner te detecteren

Om het syndroom te diagnosticeren, zal eerst een zorgvuldig oogonderzoek worden gedaan. Daarna evalueert de professional de aanwezigheid van de volgende waarneembare symptomen:

  • veranderingen in contractie of verwijding van de pupil.
  • afhangend ooglid

De behandeling hangt, zoals we eerder reeds vermeldden, af van de onderliggende oorzaak van de aandoening. Er is helaas nog geen specifieke behandeling voor het syndroom van Horner zelf. Artsen zullen zodra ze vaststellen wat de oorzaak is de behandeling hiervoor starten.

Het is vermeldenswaard dat bij het lijden aan dit syndroom het ooglid slechts een beetje afhangt. Dit is eigenlijk het grootste obstakel voor het dagelijkse leven van de patiënt.

Bovendien zijn er normaal gesproken geen complicaties. Complicaties die kunnen optreden, houden dan ook vaak verband met de onderliggende oorzaak van het syndroom of de behandeling zelf.

  • Kong, Y. X., Wright, G., Pesudovs, K., O’Day, J., Wainer, Z., & Weisinger, H. S. (2007). Horner syndrome. Clinical and Experimental Optometry. https://doi.org/10.1111/j.1444-0938.2007.00177.x
  • Jeffery, A. R., Ellis, F. J., Repka, M. X., & Buncic, J. R. (1998). Pediatric Horner syndrome. Journal of AAPOS. https://doi.org/10.1016/S1091-8531(98)90008-8
  • Rabady, D. Z., Simon, J. W., & Lopasic, N. (2007). Pediatric Horner Syndrome: Etiologies and Roles of Imaging and Urine Studies to Detect Neuroblastoma and Other Responsible Mass Lesions. American Journal of Ophthalmology. https://doi.org/10.1016/j.ajo.2007.06.019
  • Almog, Y., Gepstein, R., & Kesler, A. (2010). Diagnostic value of imaging in Horner syndrome in adults. Journal of Neuro-Ophthalmology. https://doi.org/10.1097/WNO.0b013e3181ce1a12
  • Trobe, J. D. (2010). Editorial: The evaluation of Horner syndrome. Journal of Neuro-Ophthalmology. https://doi.org/10.1097/WNO.0b013e3181ce8145
  • Herrero-Morín, J. D., Calvo Gómez-Rodulfo, A., García López, E., Fernández González, N., García Riaño, L., & Rodríguez García, G. (2009). Síndrome de horner congénito. Anales De Pediatría, 70(3), 306-308. doi:10.1016/j.anpedi.2008.11.024