Cholecystokinine: waar dient dit hormoon voor?

Wist je dat het gevoel van verzadiging dat we ervaren als we eten te maken heeft met het hormoon cholecystokinine? Lees verder en ontdek welke andere functies het in het lichaam vervult.
Cholecystokinine: waar dient dit hormoon voor?
Leidy Mora Molina

Beoordeeld en goedgekeurd door de verpleegkundige Leidy Mora Molina.

Geschreven door Rafael Victorino Muñoz

Laatste update: 01 november, 2022

Cholecystokinine is een hormoon, ook bekend als CCK (CholeCystoKinine). Vroeger noemde men dit hormoon pancreocytokinine. Dit vanwege zijn stimulerende werking op de afscheiding van de alvleesklier.

De aanmaak vindt plaats in de twaalfvingerige darm, door de cellen die dit deel van de dunne darm bekleden. Het lichaam scheidt dit hormoon echter ook af in de hersenen door bepaalde neuronen en zelfs in de hypothalamus. Het heeft receptoren in het centrale zenuwstelsel en in het spijsverteringsstelsel.

In het algemeen hebben de functies van cholecystokinine te maken met de beheersing van de eetlust en de spijsvertering. Het wordt ook beschouwd als een neurotransmitter, en recent onderzoek schrijft er een rol aan toe bij angststoornissen.

De aanmaak van cholecystokinine

Spijsverteringskanaal
De aanmaak van CCK vindt plaats in het spijsverteringskanaal, maar ook in de hersenen. Daarom beschouwt men het zowel als een neurotransmitter als een hormoon.

De eerste studies (Engelse link) over cholecystokinine dateren van bijna een eeuw geleden. In 1928 identificeerden Ivy en Oldberg dit hormoon in de maagslijmvlies afscheidingen van katten en honden. In 1964 isoleerden Jorpes en Mutt het voor het eerst en beschreven de aminozuurvolgorde.

Cholecystokinine is een peptide dat door de slijmvliescellen van de twaalfvingerige darm wordt afgescheiden. Hoewel het ook in andere segmenten van de dunne darm wordt aangemaakt, en er ook producerende zenuwen in de dikke darm zijn.

Cholecystokinine wordt gestimuleerd door verschillende polypeptiden, triglyceriden, gluciden, waterstofionen en calcium, via de parasympathische weg. CCK moleculen worden op verschillende manieren gesynthetiseerd en vrijgegeven. Het coderende gen bevindt zich op chromosoom 3. Bovendien is een voorloper van cholecystokinine vastgesteld in de dunne darm.

Bioactieve CCK peptiden worden afgeleid van het laatste aminozuurgedeelte van deze voorloper. Afhankelijk van het weefsel waar het gevonden wordt, zijn er verschillende mengsels met verschillende lengtes. Er zijn moleculaire formules beschreven die verschillen in het aantal aminozuren: CCK-8, CCK-39, CCK-58. De belangrijkste is CCK-33.

Het is in de hersenen waar de meeste cholecystokinine wordt aangemaakt. En de neuronen die het maken zijn het talrijkst in vergelijking met alle andere neuropeptiden.

Cholecystokinine functies

Cholecystokinine is in gelijke mate gevonden in het darmslijmvlies en in de hersenen. Daarom wordt verondersteld dat de functies ervan in het spijsverteringsstelsel even belangrijk zijn als in het zenuwstelsel, hoewel de laatste nog niet in detail begrepen worden.

1. Regeling van de eetlust

Onder de verschillende soorten hormonen zijn er de zogenaamde enterohormonen, waarvan cholecystokinine, samen met secretine en gastrine, deel uitmaakt. Ze regelen de secretorische functies en de motiliteit van het spijsverteringsstelsel, en nemen deel aan de regelmechanismen van honger en verzadiging.

Volgens onderzoek (wetenschappelijke link) zijn de prikkels die het vermogen hebben op de hypothalamus in te werken, waardoor de eetlust vermindert en de energie-uitgaven toenemen, afkomstig van het maag-darmstelsel. De betrokken stoffen zijn glucagon, bombesine, cholecystokinine en glucose.

De belangrijkste functie van cholecystokinine heeft dus te maken met de spijsvertering. In die zin regelt dit hormoon de snelheid waarmee voedsel uit de maag naar de darmen gaat, door in te werken op de pylorische sluitspier. Het stimuleert ook de productie en afgifte van gal, waardoor de door de alvleesklier vrijgemaakte enzymen toenemen.

Evenzo bevordert het de afgifte van maagzuur dat meewerkt aan de afbraak van ingenomen voedsel. Bovendien vervult het de volgende metabole functies:

  • Helpt de passage van gal te reguleren, door de sluitspier van Oddi te ontspannen.
  • Ontspant de onderste slokdarmsfincter.
  • Verhoogt de motiliteit in de dunne darm en dikke darm.
  • Verhoogt de afscheiding van water en elektrolyten in de darmen.
  • Stimuleert de afgifte van insuline.

2. Honger en verzadiging

Cholecystokinine oefent functies uit als neurotransmitter en neuromodulator op het niveau van de hersenen. Het werkt in op het verzadigingscentrum. Dat bevindt zich in de mediale hypothalamus, waardoor de eetlust afneemt. Het verzadigingseffect wordt gemedieerd door de concentratie van pancreasenzymen in de darm. Het duurt ongeveer 80 tot 90 minuten voordat dit effect plaats vindt.

Onderzoek suggereert dat de anorexigene reactie gemedieerd wordt door stimulatie van CCK1-receptoren die zich in de nervus vagus bevinden. Dit signaal bereikt het verzadigingscentrum via de kern van het solitaire tractus en vermindert de behoefte aan voedselinname.

3. Stemmings- en angststoornissen

De werking van cholecystokinine op het centrale zenuwstelsel is nog niet helemaal opgehelderd. Het lijkt erop dat het anxiogene en emotie-modulerende functies heeft in neuronale circuits.

Er zijn aanwijzingen (Engelse link) dat cholecystokinine dat in de hersenen vrijkomt invloed kan hebben op angstgevoelens, omdat toegediende CCK agonisten angstige reacties teweegbrengen. Anderzijds zou het een rol kunnen spelen bij het afremmen of verhogen van het dopamine gehalte, dat op zijn beurt weer invloed zou hebben op de stemming.

Wat gebeurt er bij veranderingen in de cholecystokinine spiegels?

Alvleesklier
De alvleesklier is een van de doelorganen voor de CCK werking.

Lagere dan normale niveaus van cholecystokinine zijn gevonden bij sommige zwaarlijvige mensen. Deze CCK deficiëntie is beschreven als onderdeel van het auto-immuun polyglandulair syndroom (Spaanse link).

Tot nu toe is bekend dat verhoogde serumspiegels van veranderde cholecystokinine kunnen wijzen op exocriene pancreas insufficiëntie. Daarom test men de CCK-spiegels voor diagnose of opsporing van deze pathologie. Anderzijds heeft onderzoek de fysiologische rol van CCK in Ewing’s sarcoom geanalyseerd. Daarbij toonde men aan dat het als kwaadaardige groeifactor werkt.

Veranderde cholecystokinine waarden zijn ook vastgesteld bij personen met endocriene tumoren. Vooral als het hypofysaire formaties zijn, schildkliercarcinomen, en alvleeskliertumoren.

Tenslotte zijn er aanwijzingen (Engelse link) dat cholecystokinine expressie binnen de hersenen een sleutelrol kan spelen in de pathogenese van bepaalde vormen van schizofrenie. Verder onderzoek is echter nodig.

Verband tussen cholecystokinine en de ziekte van Alzheimer

Een recente studie, gepubliceerd in het tijdschrift Neurobiology of Aging (Engelse link), toonde aan dat verhoogde niveaus van cholecystokinine de ziekte van Alzheimer kunnen voorkomen. Het fungeert als een belangrijke neurotransmitter bij geheugenbehoud.

De studie voerde men uit bij 287 verschillende mensen. Men bracht hogere cholecystokinine scores in verband met een lagere kans op cognitieve stoornissen en de ziekte van Alzheimer. Bovendien hadden deze mensen betere algemene scores, een grotere hoeveelheid grijze stof en een beter geheugen.

Wellicht ben je ook geïnteresseerd in dit artikel:
Alzheimer en veranderingen in het slaappatroon

Het eetlusthormoon en angst

Het hormoon cholecystokinine is betrokken bij de eetlustregeling, hoewel deskundigen geloven dat het ook verband kan houden met angst en paniek.

Er zijn mensen met hoge niveaus cholecystokinine die geen symptomen van een stoornis of ziekte vertonen. Men doet echter nog onderzoek om te weten in hoeverre het bepalend is voor zwaarlijvigheid en algemene gezondheid.

Als je denkt dat je angst- of eetluststoornissen hebt, moet je naar een endocrinoloog gaan om te beoordelen of je hormonen invloed op je kunnen hebben. Een eenvoudige laboratoriumtest kan deze kwestie ophelderen. 


Alle aangehaalde bronnen zijn grondig gecontroleerd door ons team om hun kwaliteit, betrouwbaarheid, actualiteit en geldigheid te waarborgen. De bibliografie van dit artikel werd beschouwd als betrouwbaar en wetenschappelijk nauwkeurig.


  • Arteche I. Trastornos de la motilidad: una visión desde la sintergética. Medwave. 2007; 7(8): e3252. doi: 10.5867/medwave.2007.08.3252.
  • Carranza L. Fisiología del apetito y el hambre. Enfermería Investiga. 2016; 1(3): 117-124.
  • Crawley J, Corwin R. Biological actions of cholecystokinin. Peptides. 1994; 15(4): 731–755.
  • Dockray G. Cholecystokinin. Current Opinion in Endocrinology, Diabetes and Obesity. 2012; 19(1): 8-12.
  • González M, Ambrosio K, Sánchez S. Regulación neuroendócrina del hambre, la saciedad y mantenimiento del balance energético. Medigraphic Artemisa. 2006; 8(3): 191-200.
  • Rehfeld J. Cholecystokinin-From local gut hormone to ubiquitous messenger.Frontiers in Endocrinology. 2017; 8: 1-8.
  • Strader A, Woods S. Gastrointestinal hormones and food intake. Gastroenterology 2005; 128: 175-191.
  • Smith J, Solomon T. Cholecystokinin and pancreatic cancer: The chicken or the egg? American Journal of Physiology – Gastrointestinal and Liver Physiology. 2014; 306(2): 1-46.
  • Crespo C, González M, Fontans S,  Romaní M, et al. Las hormonas gastrointestinales en el control de la ingesta de alimentos. Endocrinología y nutrición. 2009; 56 (6): 317-330.
  • Plagman A, Hoscheidt S, McLimans KE, Klinedinst B et al. Cholecystokinin and Alzheimer’s disease: a biomarker of metabolic function, neural integrity, and cognitive performance. Neurobiol Aging. 2019 Apr;76:201-207.

Deze tekst wordt alleen voor informatieve doeleinden aangeboden en vervangt niet het consult bij een professional. Bij twijfel, raadpleeg uw specialist.