Kenmerken en effecten van corticotropine

24 mei 2020
Corticotropine stimuleert twee van de drie gebieden van de bijnierschors waar cortisol en corticosteron-glucocorticoïden worden uitgescheiden. Leer er hier in dit artikel meer over.

In het artikel van vandaag gaan we het hebben over de kenmerken en effecten van corticotropine. Corticotropine, ook wel adrenocorticotropine (ACTH) genoemd, is een polypeptidehormoon dat uit 39 aminozuren bestaat.

Het wordt dagelijks door de hypofyse in kleine hoeveelheden geproduceerd (ongeveer 10 mg), en stimuleert de bijnieren.

ACTH stimuleert dus twee van de drie gebieden van de bijnierschors die cortisol en corticosteron-glucocorticoïden afscheiden. Het stimuleert echter ook de reticulaire zone die androgenen produceert.

De biologische functie ervan is om de secretie van cortisol te stimuleren. Op deze manier maakt het lichaam in spannende en stressvolle tijden meer corticotropine aan.

Adrenocorticotropine (ACTH) synthese

Buisje met bloed

De hypofyse synthetiseert ACTH als reactie op de afgifte van het corticotropine-releasing hormoon (CRH) door de hypothalamus. Daarnaast produceren de bijnieren een hormoon genaamd cortisol dat het lichaam helpt om stress te beheersen. Dit komt omdat cortisol nodig is om te leven. Zo blijven de bloedspiegels onder controle.

Het meten van corticotropinespiegels

Het doel van een ACTH-analyse is om het als een indicator van de hypofysefunctie te gebruiken en om eventuele problemen in de bijnieren op te sporen. Het is handig bij de differentiële diagnose van de volgende ziekten:

Wanneer de cortisolspiegels stijgen, dan dalen normaal gesproken de ACTH-spiegels. Wanneer de cortisolspiegels dalen, dan nemen de ACTH-spiegels meestal toe. Er kan echter een hoog ACTH-niveau en een laag cortisolniveau zijn of omgekeerd.

Dit kan door een probleem in de bijnieren komen. Lage ACTH- en cortisolspiegels kunnen echter ook aan een hypofyseprobleem te wijten zijn. Wanneer de ACTH-productie overmatig is, kan dit te wijten zijn aan een overactieve hypofyse of, in sommige gevallen, een longtumor.

Zowel de ACTH-spiegels als de cortisolspiegels veranderen gedurende de dag. Corticotropine bereikt normaal gesproken het hoogste niveau in de vroege ochtend, tussen 6.00 uur en 8.00 uur. Het laagste niveau is er ’s avonds, tussen 18:00 en 23:00 uur.

Als je arts het nodig vindt, dan meet hij je ACTH-waarden ’s ochtends of’ s avonds. Artsen meten meestal de cortisolspiegel wanneer ze ook de ACTH meten. Corticotropine wordt in pulsen afgegeven, zodat je bloedspiegels van minuut tot minuut kunnen variëren.

Ontdek ook:
14 signalen die wijzen op een verhoogd cortisolniveau

Normale corticotropine-waarden

Chemische structuur van cortisol

Normale corticotropine-waarden voor een bloedmonster dat ’s ochtends vroeg wordt genomen, zijn minder dan 80 pg ml of 18 pmol/l. Ze zijn daarnaast minder dan 50 pg/ml of 11 pmol/l bij avondmetingen.

Effecten van een hoger corticotropine-niveau dan normaal

Wanneer de corticotropinespiegels hoger zijn dan normaal, dan kan dit op de aanwezigheid van ziekten wijzen zoals onder andere de volgende:

  • Ziekte van Addison: Hierbij produceren de bijnieren niet genoeg cortisol.
  • Adrenogenitaal syndroom (Spaanse link): in dit geval produceren de bijnieren niet genoeg hormonen.
  • Multipele endocriene neoplasie type I: dit gebeurt wanneer een of meer endocriene klieren overactief zijn of wanneer ze een tumor vormen.
  • Ziekte van Cushing: Dit gebeurt wanneer de hypofyse te veel corticotropinehormoon aanmaakt, meestal door een goedaardige hypofysetumor veroorzaakt.
  • Ectopische Cushing: dit is een zeldzaam type tumor dat in de longen, schildklier of alvleesklier kan voorkomen en dat te veel corticotropine produceert.

Misschien ook interessant om te lezen:
Een hoog cortisolniveau verlagen met natuurlijke remedies

Effecten van een lager corticotropine-niveau dan normaal

Wanneer de corticotropine-waarden lager zijn dan normaal, dan kunnen ze onder andere op de aanwezigheid van pathologieën wijzen zoals onder andere de volgende:

  • Hypopituïtarisme: dit geeft aan dat de hypofyse niet genoeg hormonen produceert, zoals corticotropine.
  • Een tumor van de bijnier (Spaanse link): dan genereert de aanwezigheid van de tumor te veel cortisol.
  • Behandelingen met glucocorticoïde medicijnen remmen de productie van corticotropine.

Conclusie

De meting van corticotropinespiegels kan door veel factoren worden beïnvloed, zoals het tijdstip van de dag waarop het bloedmonster wordt afgenomen. Je moet daarom rekening houden met de medische informatie van andere tests, vooral met betrekking tot het cortisolgehalte in je bloed.

  • SANGUINETTI, C. M. (1948). Insuficiencia suprarrenal. Dia Medico Uruguayo.

  • García, V. E., Burgui, J. Á. M., Dobón, M. G., & Gimeno, L. F. (2006). Síndrome de Cushing dependiente de corticotropina. Medicina Clinica. https://doi.org/10.1157/13094424

  • Goñi Iriarte, M. J. (2009). Síndrome de Cushing: situaciones especiales. Endocrinología y Nutrición. https://doi.org/10.1016/s1575-0922(09)71408-1