Kan stamceltransplantatie HIV uitroeien?

15 juni 2019
We zijn ons allemaal bewust van de ernst van HIV en van de moeilijkheden die de behandeling van deze ziekte met zich meebrengt. Recentelijk is er echter een ontdekking gedaan die de behandelmethoden zou kunnen veranderen voor alle dragers van HIV.

Een aantal Spaanse wetenschappers heeft met stamceltransplantatie een grote stap gemaakt in de strijd tegen HIV. Zij zijn er namelijk in geslaagd om de hoeveelheid HIV-virussen bij zes patiënten terug te brengen tot een ondetecteerbaar niveau.

Het is misschien geen absolute remedie, maar het kan wel degelijk een enorme doorbraak betekenen in de strijd tegen HIV. In dit artikel geven we je een kort overzicht van het proces dat tot deze ontdekking heeft geleid.

De ‘Annals of Internal Medicine‘ is het belangrijkste tijdschrift voor interne geneeskunde. Dit tijdschrift publiceerde onlangs een bevinding die niet alleen in de wetenschappelijke gemeenschap voor een schok zorgde, maar ook bij het grote publiek.

Waarom die bevinding zo schokkend was? In het verleden zijn er al verschillende mogelijke behandelmethoden ontwikkeld. Van veel van die methoden dacht men dat die een einde konden maken aan HIV. Helaas echter bleken maar enkele van die methoden deels effectief.

Voor de ontdekking waarover we het in dit artikel hebben, lijkt dat echter anders te liggen. Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van het IrsiCaixa AIDS Research in Barcelona en van het Gregorio Marañón Ziekenhuis in Madrid.

Door middel van stamceltransplantatie zijn de wetenschappers er in geslaagd om bij zes mensen het HIV-virus te verminderen. Hoe die wetenschappers dat voor elkaar hebben gekregen, leggen we hieronder uit.

Lees ook:
Tien dingen die je moet weten over het zikavirus

De stamceltransplantatie en het effect op het HIV-virus

HIV onderzoek

Voor de transplantatie die is gedaan tijdens het onderzoek, gebruikten de onderzoekers stamcellen uit een navelstreng en uit beenmerg. De stamcellen uit het beenmerg bleken het meest effectief.

Volgens de onderzoekers die de procedure uitvoerden, hadden de patiënten na de transplantatie geen of ondetecteerbare sporen van het virus in hun bloed en in hun lichaamsweefsels. Daarnaast had één van de patiënten geen antilichamen. Dit duidt er mogelijk op dat het virus kan worden uitgeroeid.

Niet alleen de stamcellen, maar ook de tijd die nodig is om de transplantatie uit te voeren is belangrijk. Bij één van de patiënten was slechts 18 maanden nodig om de behandeling af te ronden. Deze persoon had resten van het virus in zijn lichaam en had ook stamcellen uit de navelstreng gekregen.

De deelnemers aan het onderzoek moesten weliswaar door blijven gaan met hun antiretrovirale behandeling, maar veel mensen geloven dat dit onderzoek toch het pad heeft geëffend voor een nieuwe behandelvorm van HIV/AIDS.

De succesvolle uitslag van dit experiment betekent dus niet dat er nu een remedie is gevonden. Er is nog een lange weg te gaan, maar dit experiment kan nader onderzoek naar een succesvolle behandeling van HIV wel degelijk vooruit helpen.

Is stamceltransplantatie een eerste stap naar het uitroeien van HIV?

Tot nu toe werd er in de wetenschappelijke wereld van uitgegaan dat het onmogelijk is om te genezen van het HIV-virus. De slapende virusreservoirs, die zich in de geïnfecteerde cellen in het bloed bevinden, maken het moeilijk om HIV te behandelen en te genezen.

Op deze slapende reservoirs hebben medicijnen of andere behandelmethoden tot nu toe niet het gewenste effect gehad op het virus. Zoals we al eerder aangaven, zit dan anders bij dit specifieke onderzoek.

Zeven jaar na de stamceltransplantatie bleken de vijf patiënten geen enkele van dit soort cellen meer te hebben. Eén van hen had bovendien ten tijde van de transplantatie zelfs geen antilichamen meer bij zich, die de geïnfecteerde cellen aanvallen.

Kunnen we nu stellen dat het virus in de toekomst niet meer zal voorkomen? Om dat te kunnen zeggen, zouden de patiënten volgens María Salgado, een onderzoeker van IrsiCaixa in Barcelona, eerst moeten stoppen met de antiretrovirale behandeling. Pas dan kan men nagaan of het virus al dan niet terugkomt. 

Dat is nu precies de volgende stap in het onderzoek. Doktoren en onderzoekers gaan andere immunotherapieën opstarten bij hun patiënten, om te zien of het virus terugkomt. 

Ook interessant:
11 meest voorkomende geslachtsziekten

Het inspirerende verhaal van Timothy Brown

Timothy Brown

In 2008 kwam er een doorbraak in het onderzoek naar meditatie tegen HIV, toen Timothy Brown een stamceltransplantatie onderging tegen leukemie.

De stamceldonor had een ongewone genetische mutatie, genaamd CCR5 Delta 32. Het was juist deze afwijking die ervoor zorgde dat bepaalde bloedcellen immuun werden voor het HIV-virus. Het virus bleek namelijk compleet te zijn verdwenen na de transplantatie. Brown ging vervolgens de geschiedenis in als de allereerste persoon ooitdie van HIV is genezen.

Na deze ontdekking hebben onderzoekers zoals Salgado, Mi Kwon, een hematoloog van het Gregorio Marañón Ziekenhuis, en andere leden van hun team zich volledig gewijd aan het uitvoeren van experimenten van hetzelfde soort processen. Hun doel was het vinden van een medicijn voor mensen die HIV-geïnfecteerd zijn.

In tegenstelling tot het geval van Timothy Brown, gebruikten deze onderzoekers geen donorcellen met dezelfde CCR5 Delta 32 mutatie. Hieruit zouden we kunnen afleiden dat er nog andere factoren zijn die meespelen bij het uitroeien van het virus.

Samengevat hebben we hier duidelijk te maken met een mogelijke medische doorbraak. Na vele jaren van mislukte pogingen, heeft de strijd tegen het HIV-virus mogelijk zijn weg gevonden.

Mensen van over de hele wereld hopen dat deze bevindingen zullen zorgen voor een effectieve remedie tegen wat gezien wordt als een ongeneeslijke ziekte. 

  • Annals of Internal Medicine. (2018). Mechanisms That Contribute to a Profound Reduction of the HIV-1 Reservoir After Allogeneic Stem Cell Transplant. DOI: 10.7326/M18-0759
  • Brown, T. R. (2015). I Am the Berlin Patient: A Personal Reflection. AIDS Research and Human Retroviruses. https://doi.org/10.1089/aid.2014.0224