De risico’s van postoperatieve bloedingen

25 februari 2020
Chirurgische ingrepen worden geassocieerd met een verhoogd risico op veneuze en arteriële trombo-embolie. Het is ook bekend dat de tijdelijke onderbreking van bloedverdunners een hoger risico op trombose en embolie inhoudt. Lees verder om alles te weten te komen over de risico's van postoperatieve bloedingen.

Letsel of trauma kan postoperatieve bloedingen veroorzaken, die zich ook kunnen voordoen in de vorm van bloedstolsels. De bloedvaten vervoeren zuurstof en voedingsstoffen naar weefsels. Wanneer bloedvaten beschadigd raken, kan er zowel in als buiten het bloedvat een bloeding optreden.

Hemostase is het proces dat ervoor zorgt dat het bloeden stopt in beschadigde bloedvaten. De noodzakelijke factoren voor het vormen van een stolsel zijn:

  • Bloedplaatjes. Bloedplaatjes zijn zeer kleine cellen die het beenmerg produceert. Het normale aantal bloedplaatjes ligt tussen 150.000 en 400.000.
  • Stollingsfactoren. Deze eiwitten komen voor in het bloed en worden voornamelijk in de lever geproduceerd.

Chirurgie verhoogt het risico op veneuze en arteriële trombo-embolie. Experts weten ook dat de tijdelijke onderbreking van bloedverdunners een hoger risico op trombose en embolie veroorzaakt.

Het risico op pre-operatieve bloedingen veroorzaakt door orale anticoagulantia is meestal laag. Het is echter hoog tijdens en na de operatie, afhankelijk van de chirurgische ingreep.

Risicofactoren voor postoperatieve bloedingen

Risicofactoren voor postoperatieve bloedingen

Voor patiënten die deze medicatie slikken is een risicobeoordeling van een chirurgische procedure noodzakelijk. Om deze reden hangt het de behandeling die de arts kiest af van de toestand van de patiënt.

Artsen moeten dus zowel het risico op trombose als op bloedingen van de chirurgische ingreep beoordelen. Dit is belangrijk vanwege het verhoogde risico op trombose wanneer de artsen de behandeling met bloedverdunners onderbreken.

In deze gevallen kunnen artsen ervoor kiezen om de antistollingstherapie voort te zetten of te onderbreken. Als ze ervoor kiezen om het te onderbreken, moeten ze heparine voorschrijven en vervolgens de therapie opnieuw starten met orale anticoagulantia. Dit komt vooral door tijdelijke immobiliteit na de operatie, maar ook door het trombose-bevorderend effect van de operatie zelf.

Je kunt ook profiteren van het volgende artikel:
Postpartum bloedingen behandelen

Postoperatief bloeden

Een ernstige bloeding is grote bloeding die een transfusie van ten minste twee eenheden vereist. Het kan ook een intracraniële, intrathoracale of peritoneale bloeding zijn.

Bij een bloedingscomplicatie hangt de behandeling die de arts zal kiezen af van de omvang en de locatie van de bloeding. Ook spelen de niveaus van antistolling in het bloed een belangrijke rol. Fatale of levensbedreigende bloedingen worden ook als ernstige bloedingen beschouwd.

De kans op bloedingen zal ook de herintroductie van bloedverdunners na de operatie beïnvloeden, aangezien het herstarten van de medicatie in geval van een hoog bloedingsrisico zal variëren. Als de onderdrukking van antistolling langer dan een dag wordt voortgezet, moet de arts misschien overwegen om heparine toe te dienen.

Dit artikel kan je interesseren:
Stop bloedneuzen met deze natuurlijke middelen

Hervatting van antistollingstherapie na een operatie

Hervatting van antistollingstherapie na een operatie

Antistollingstherapie moet normaal gesproken twee tot drie dagen na de operatie worden hervat. Je moet echter altijd je arts raadplegen en zijn of haar advies nauwkeurig opvolgen.

Meestal moet men beginnen met een lage dosis, dat wil zeggen een dosis die ook wordt gebruikt bij profylaxe, twee tot drie dagen na de operatie. Na 48 tot 72 uur zal de arts de therapeutische dosis opnieuw voorschrijven. Uiteraard alleen als de patiënt niet aan postoperatieve bloedingen lijdt.

De meeste patiënten die behandeld worden met anticoagulantia slikken acenocoumarol. Zij kunnen de antistollingstherapie hervatten in de nacht van de chirurgische ingreep, zolang ze geen last hebben van bloedingscomplicaties.

Het therapeutische effect begint echter pas vier tot vijf dagen nadat het innemen van de medicatie opnieuw gestart is. Een van de belangrijkste doelen voor de patiënt die dit heeft ondergaan, is om zo snel mogelijk de gewenste toestand te herstellen.

Medische professionals moeten rekening houden met voldoende post-operatieve hemostase en het risico op bloedingen in verband met de procedure die uitgevoerd is.

Over het algemeen verdwijnen de meeste postoperatieve bloedingen binnen 24 uur na de operatie. Dit is echter niet altijd het geval en daarom moet met antistolling niet worden begonnen voordat de hemostase weer normaal is .

  • Vivancos, J., Gilo, F., Frutos, R., Maestre, J., García-Pastor, A., Quintana, F., & Ximénez-Carrillo. (2016). Guía de actuación clínica en la hemorragia subaracnoidea. Sistemática diagnóstica y tratamiento. Neurologia. https://doi.org/10.1016/j.nrl.2014.10.002
  • Tortora, G. J., & Derrickson, B. (2006). Hemostasia. In Principios de Anatomía y Fisiología.
  • García, M. C. L., & Ramos, J. A. (2018). Hemorragia posparto. In Ejercer la medicina. https://doi.org/10.2307/j.ctt21kk0w3.24