Kenmerken en toepassingen van bestraling

13 november, 2020
Bestraling is tegenwoordig veel nauwkeuriger en heeft minder negatieve gevolgen dan toen artsen ermee begonnen. Deze behandeling is bedoeld om kankercellen te vernietigen.

Bestraling is een behandeling voor bepaalde soorten kanker op basis van het gebruik van ioniserende straling, of dat nu in de vorm van gammastraling, protonen of alfadeeltjes is. Deze techniek maakt gebruik van hoge frequentie om kankercellen te doden.

Het National Cancer Institute in de Verenigde Staten definieert het als een behandeling waarbij hoge doses straling worden gebruikt om tumoren te vernietigen en te laten krimpen (Spaanse link). Het is een plaatselijke behandeling, aangezien het doel is om kankercellen te doden, op de plaats waar ze zich bevinden.

Deze behandeling bestaat al een eeuw. De vooruitgang op medisch gebied in zowel de natuurkunde, oncologie en informatica hebben deze behandeling de laatste jaren echter aanzienlijk verbeterd. Dit komt tot uiting in de technologische verbetering van de apparatuur wat betreft de kwaliteit en precisie.

Hoe werkt bestraling?

Een vrouw die een MRI ondergaat

Bestraling bestaat uit het gebruik van bepaalde energie om het DNA van kankercellen te beschadigen (Spaanse link), waardoor er binnenin kleine beschadigingen ontstaan. Daardoor kunnen deze cellen zichzelf niet langer succesvol delen en groeien. Deze techniek is effectief omdat het rechtstreeks op kankercellen gericht wordt (Spaanse link).

Deze cellen reproduceren sneller dan normale cellen. Als de behandeling efficiënt wordt uitgevoerd kunnen zij deze stralingsschade niet herstellen. Hoewel nabijgelegen normale cellen ook last hebben van de bestraling, kunnen deze tussen de sessies door wel genezen.

Het doel van bestraling is om kankercellen te doden.

Dit proces duurt dagen of weken omdat er geen celdood is na een enkele behandeling. Als kankercellen geen voortplantingscapaciteit meer hebben, kan het lichaam ze op natuurlijke wijze verwijderen. De cellen breken dan af waarna het lichaam ze kan afvoeren.

Ontdek ook:
Hoe kanker zich ontwikkelt: een gedetailleerde uitleg

Wie past deze behandeling toe?

Bij deze behandeling zijn meerdere medische professionals betrokken. Over het algemeen omvat het medische team voor oncologische behandelingen mensen uit de volgende beroepen:

  • Bestralingsoncoloog. Dit is de arts die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle bestralingsbehandelingen voor kanker, aangezien ze zijn opgeleid om het op de juiste manier toe te dienen.
  • Radiofysicus. Dit is een natuurkundige gespecialiseerd in straling. Zijn of haar rol is om ervoor te zorgen dat de apparatuur die de stralen uitzendt goed werkt en dat deze een juiste dosis straling afgeeft (Spaanse link).
  • Medische dosimetrist. Deze specialist helpt de arts en de radiofysicus bij het plannen van de behandeling.
  • Radiotechnicus. Dit is de persoon die verantwoordelijk is voor het bedienen van de stralingsapparatuur en het geven van instructies aan de patiënt.
  • Oncologisch verpleegkundige. Deze persoon heeft een speciale opleiding op het gebied van oncologie gedaan en kan een patiënt bijstaan en voorlichting geven.

Opgemerkt moet worden dat de behandeling varieert, afhankelijk van het type bestraling dat wordt gegeven. De meest gebruikte vormen hiervan zijn:

  • Inwendig, als de stralingsbron zich in het lichaam bevindt (Spaanse link).
  • Uitwendig, wanneer de stralen van buiten het lichaam op de tumor worden gericht. Dit is de meest gebruikte behandeling.
  • Chemo-radiatie tot slot is een combinatie van bestraling en chemotherapie.

Wellicht ben je ook geïnteresseerd in:
Wat is de schildwachtklier of poortwachterklier?

Bijwerkingen van bestraling

Patient ondergaat behandeling

Bestraling kan sommige gezonde cellen in de buurt van de kankercellen beschadigen. Hoewel deze het vermogen hebben om te herstellen, kan deze schade wel bepaalde bijwerkingen veroorzaken. Deze effecten verschillen van persoon tot persoon (Spaanse link), maar de meestvoorkomende klachten zijn:

  • Huidproblemen zoals droogheid, jeuk of schilfering, evenals de vorming van blaren die meestal na een paar weken weer verdwijnen.

Bijwerkingen zijn in een aantal gevallen ook afhankelijk van de locatie waar de patiënt de straling heeft ontvangen. We zullen de meest gerapporteerde klachten per lichaamsdeel hieronder opsommen.

  • Hoofd en de nek. Bestraling van dit gebied kan klachten zoals uitdroging, zweren in de mond en tandvlees veroorzaken. Ook slikproblemen, stijve kaken, misselijkheid, gaatjes in het gebit (Spaanse link) en een soort zwelling die lymfoedeem wordt genoemd.
  • De borst. Bij bestraling van dit gebied kunnen er problemen optreden zoals het moeilijk ademen of slikken, pijn in de borst of tepel, stijve schouders, hoesten, koorts en pijn op de borst. Dit wordt ook wel stralingspneumonitis en stralingsfibrose genoemd (Spaanse link).
  • De maag en buik. Deze behandelingen kunnen leiden tot misselijkheid en braken of diarree.
  • Het bekken. Bestraling van dit deel kan leiden tot diarree, rectale bloedingen, incontinentie, irritatie van de blaas, erectiestoornissen en een lager aantal zaadcellen bij mannen. Bij vrouwen kunnen er menstruatiestoornissen en vroege menopauzeklachten ontstaan.

 Bijwerkingen komen vaak voor omdat normale, niet-kankercellen ook lijden onder de effecten van de behandeling.

Algemene aanbevelingen bij het ondergaan van bestraling

Bij het starten met bestraling moet met de arts worden besproken hoe dit zal gebeuren. Ook zal men bespreken wat de mogelijke bijwerkingen van de behandeling zijn.

Een diëtist kan speciale dieetadviezen aanraden om het hoofd te bieden aan ongemakken zoals misselijkheid of eetproblemen. Het lichaam verbruikt namelijk veel energie aan het proberen te genezen tijdens en na de behandeling.

Daarom worden diëten die rijk zijn aan eiwitten en calorieën aanbevolen om het juiste gewicht van een patiënt te behouden. Een gezond en uitgebalanceerd voedingsplan kan je helpen om op krachten te blijven.

De huid moet speciale aandacht krijgen, aangezien dit het eerste orgaan is dat straling ontvangt. Het gebruik van lotions en andere huidproducten wordt niet aanbevolen zonder eerst de behandelend arts te raadplegen.

Ten slotte is het raadzaam om losse kleding te dragen, zonder elastiek in het gebied waar de bestraling wordt ontvangen. Zo voorkom je schuren van de kleding over de huid en kun je zweren of schilfering voorkomen.

  • Sánchez, N. C. (2013). Conociendo y comprendiendo la célula cancerosa: Fisiopatología del cáncer. Revista Médica Clínica Las Condes, 24(4), 553-562.
  • Bayo, N. (2001). Reacción celular ante la radiación. Radiobiología, 1(1), 9-11.
  • Guinot, J. L. (2004). Entre el miedo y la esperanza: la experiencia de afrontar un cáncer. Anaya-Spain.
  • Nejaim, Yuri, et al. “Racionalización de la dosis de radiación.” Revista estomatologica herediana 25.3 (2015): 238-245.
  • Torrecilla, José López, and Ernesto Bataller Alonso. “Situación de la braquiterapia en España. Análisis de complejidad y tiempos de preparación y tratamiento.” Revista de Oncología 3.2 (2001): 91-99.
  • Expósito, José, et al. “Variabilidad en los tratamientos con radioterapia externa. Estudio de los hospitales públicos de Andalucía.” Var Práct Méd Sist Nac Salud 3.2 (2009): 236-240.
  • García López, Andrea. “Radioisótopos de iodo con aplicaciones biomédicas.” (2017).
  • Villarín, Alfredo J. Lucendo, Laura Polo Araujo, and Jesús Noci Belda. “Cuidados de enfermería en el paciente con cáncer de cabeza y cuello tratado con radioterapia.” Enfermería Clínica 15.3 (2005): 175-179.
  • Heredia, Gilda Lucia Garcia, et al. “Manifestaciones bucales por radioterapia en pacientes geriátricos con cáncer de cabeza y cuello.” Revista Cubana de Estomatología 54.4 (2017): 1-11.
  • Montero, A., et al. “Control de síntomas crónicos: Efectos secundarios del tratamiento con Radioterapia y Quimioterapia.” Oncología (Barcelona) 28.3 (2005): 41-50.
  • Kelsey, Thomas, Raúl de Diego Burillo, and Justo Callejo Olmos. “Radioterapia y gonadotoxicidad femenina.” Preservación de la fertilidad en la paciente oncológica (2009): 43.