Epileptische aanvallen: wat moet je doen?

13 september 2020
Bij epileptische aanvallen, vooral als ze hevig zijn, is er externe hulp nodig om te voorkomen dat de getroffen persoon zichzelf slaat en om hem of haar te helpen correct te ademen.

Epileptische aanvallen zijn paroxismale veranderingen die plotseling en onverwacht bij een persoon optreden. Meestal zijn ze snel weer voorbij. Ze zijn het gevolg van abnormale neuronale activiteit die zich plotseling, kort en tijdelijk manifesteert.

Het meest karakteristieke kenmerk van deze aanvallen is dat ze plotseling beginnen en soms een paar seconden of minuten aanhouden.

Terwijl de episode zich ontwikkelt, kan de persoon in kwestie het bewustzijn verliezen en ritmische, plotselinge en onvrijwillige bewegingen maken. Het is ook mogelijk dat de persoon tijdens de aanval zich bewust is van alles wat er met hem of haar gebeurt.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn er ongeveer 50 miljoen mensen met epilepsie in de wereld. 70% van hen zou zonder aanvallen kunnen leven als de ziekte correct werd gediagnosticeerd en behandeld.

Soorten epileptische aanvallen

Wat gebeurt er in de hersenen bij epileptische aanvallen

Epileptische aanvallen zijn onderverdeeld in twee hoofdgroepen:

  • Gegeneraliseerd: dit zijn de aanvallen die de twee hersenhelften beïnvloeden, vanaf het begin tot het einde van de aanval.
  • Gedeeltelijk of gefocust: dit zijn aanvallen waarbij de bio-elektrische activiteit alleen begint in een specifiek gebied van de hersenen en zich vervolgens kan verspreiden naar de rest van de hersenen.

Gegeneraliseerde epileptische aanvallen

Gegeneraliseerde crises zijn op hun beurt onderverdeeld in verschillende typen:

  • Tonisch-clonisch: dit zijn de meestvoorkomende. Het begin ervan wordt gekenmerkt door stijfheid in de extremiteiten (tonische fase) en dit wordt gevolgd door een sterk schudden van het lichaam (clonische fase). Tijdens deze fasen kunnen tongbijten, plotselinge valpartijen en ontspanning en verlies van darmcontrole optreden.
  • Myoclonisch: deze aanvallen worden gekenmerkt door snelle en korte samentrekkingen van de spieren aan beide zijden van het lichaam. De persoon kan plotseling vallen of dingen uit zijn handen laten vallen. Vaak verwarren mensen dit met gewoon onhandigheid en daarom kan het even duren om een diagnose te stellen.
  • Absence: deze aanval bestaat uit het plotselinge verlies van bewustzijn, waarbij de persoon stopt met de activiteit waar hij of zij mee bezig was en wezenloos gaat staren.

Lees ook eens:
Wat is neuroplasticiteit in de hersenen?

Gedeeltelijke epileptische aanvallen

Simpele partiële aanvallen komen veel voor. Ze treden op met verlies van bewustzijn en, afhankelijk van waar het in de hersenen begon, variëren de symptomen. Deze symptomen kunnen zijn:

  • Motorisch: met onvrijwillige lichaamsbewegingen.
  • Gelastisch: ongecontroleerd lachen.
  • Zintuiglijk: visuele, auditieve hallucinaties, enz.
  • Paranormaal: vreemde gedachten.

Complexe partiële aanvallen veroorzaken ook bewustzijnsverlies. Naarmate ze zich ontwikkelen, reageert de persoon mogelijk niet of inconsistent op stimuli.

Soms maakt het lichaam automatische bewegingen zoals zuigen, slikken of kauwen, wrijven met de hand, enz. Als het klaar is, blijft de persoon in kwestie nog enkele minuten in de war.

Tot slot is er een type aanval dat bekend staat als partieel met secundaire generalisatie. Dit zijn epileptische aanvallen die zich beginnen te concentreren op één sector van de hersenen, maar de neiging hebben zich door de hersenen te verspreiden en gegeneraliseerd te worden.

Ook interessant om te lezen:
Tips om je hersenen te stimuleren

Hoe om te gaan met een epileptische aanval

Iemand met een aanval

Als iemand een epileptische aanval heeft, kun je hem of haar helpen.

  • Het eerste dat je moet doen, is kalm blijven.
  • Vervolgens moet je alle voorwerpen die de persoon zouden kunnen verwonden buiten zijn of haar bereik houden. Denk bijvoorbeeld aan meubels met scherpe randen, vazen, scharen, enz.
  • Als de persoon is ingestort, moet je iets zachts onder zijn of haar hoofd leggen, zodat het de grond niet raakt.
  • Zodra je deze stappen hebt ondernomen, raden we je aan de kledingstukken rond de nek lost te maken, zoals stropdassen, kragen, enz.
  • Vervolgens dien je het lichaam op zijn kant te draaien zodat de persoon in kwestie beter kan ademen.

Het is belangrijk om de duur van de epileptische aanval te noteren, die gewoonlijk varieert van twee tot drie minuten. Zolang de aanval duurt, moet je bij de getroffen persoon blijven en controleren of ze weer bij komen als de aanval stopt. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat hij of zij geleidelijk herstelt, zonder druk uit te oefenen. Laat de persoon in kwestie daarna rusten.

Probeer de persoon niet te immobiliseren en steek geen voorwerpen of vingers in de mond. Je hoeft ook niet mond-op-mondbeademing te doen. Aanvallen duren over het algemeen een paar minuten en vereisen geen ziekenhuisopname. Als het langer dan vijf minuten duurt, moet je dringend medische hulp inroepen.

  • Bezos Saldaña, L., & Escribano Ceruelo, E. (2012). ¿Qué esconden los problemas del control de esfínteres?: A propósito de un caso. Pediatría Atención Primaria, 14(56), 317-321.
  • Rosales-Lagarde, A., del Río-Portilla, I. Y., Guevara, M. Á., & Corsi-Cabrera, M. (2009). Caída abrupta del tono muscular al entrar a sueño MOR en el ser humano. Salud mental, 32(2), 117-123.
  • Casas-Fernández, C. (2012). Análisis crítico de la nueva clasificación de las epilepsias y crisis epilépticas de la Liga Internacional contra la Epilepsia. Rev Neurol, 54 (Supl 3), S7-18.