Antibiotica voor urineweginfecties

20 april, 2020
De wetenschap heeft de ideale antibiotica om urineweginfecties te behandelen nog niet ontdekt. Alle beschikbare middelen hebben bijwerkingen op korte, middellange en lange termijn. Ook hebben bacteriën de neiging om resistent te worden tegen de werking van deze medicijnen. Er zijn echter veel mogelijkheden, afhankelijk van de infectie.

Urineweginfecties komen relatief vaak voor. Vrouwen hebben er meer last van, en dit komt door de kortere lengte van de plasbuis. Er wordt geschat dat minstens één op de vijf vrouwen gedurende haar leven aan een bepaalde vorm van urineweginfecties zal komen te lijden. Antibiotica voor urineweginfecties is helaas niet altijd het perfecte medicijn.

Urineweginfecties komen in elk deel van het urinewegstelsel voor. Dit betekent dat ze zich kunnen bevinden in de volgende gebieden:

  • blaas
  • nieren
  • urineleiders
  • plasbuis

Er wordt echter geschat dat 80% van de gevallen van infecties in de onderste urinewegen plaatsvindt, of in de blaas en de plasbuis. De meestvoorkomende vorm van urineweginfecties is blaasontsteking bij vrouwen en prostaatontsteking bij mannen. Bij oudere volwassenen komt de aandoening bij beide geslachten even vaak voor.

Seizoens- of geografische factoren lijken echter geen invloed te hebben op deze aandoening. In dit artikel gaan we dieper in op de oorzaken van deze infecties en hoe antibiotica helpen bij de behandeling ervan.

Urineweginfecties

Urineweginfecties komen het mees voor bij vrouwen

Over het algemeen zijn bacteriën verantwoordelijk voor urineweginfecties. Tussen 70% en 90% van de gevallen is te wijten aan de werking van de bacterie Escherichia coli. Er zijn ook andere bacteriën verantwoordelijk voor dit soort infecties. Dit zijn onder andere, en in mindere mate:

  • Proteus mirabilis
  • Staphylococcus coagulase
  • Klebsiella pneumoniae
  • Enterococcus faecalis

Bepaalde mensen hebben dus meer kans op het ontwikkelen van urineweginfecties. Dit zijn dan vooral mensen die lijden aan diabetes of immunosuppressie. Het risico is ook groter bij mensen die al wat ouder zijn.

Bij mensen die bepaalde blaasaandoeningen hebben, is het risico ook hoger. Denk hierbij onder andere aan het volgende:

De meestvoorkomende urineweginfecties bij mannen zijn onder andere de volgende infecties:

  • prostatitis
  • urethritis
  • epididymitis
  • orchitis

Bij vrouwen komen cystitis en asymptomatische bacteriurie (vooral als gevolg van zwangerschap en/of micturitiesyndroom) het meeste voor.

Lees ook:
De oorzaken van cystitis na seks

Antibiotica voor urineweginfecties

Artsen nemen meestal hun toevlucht tot antibiotica als de eerste lijn van de behandeling van urineweginfecties. De meest gebruikte antibiotica voor urineweginfecties zijn degene die tot een van de volgende groepen behoren:

Quinolone antibiotica

Artsen gebruiken deze om lagere urineweginfecties te behandelen. Meestal worden ze eerst intraveneus toegediend, maar daarna oraal. Dit is omdat ze goed worden opgenomen door de spijsvertering. Zwangere vrouwen kunnen ze na het derde trimester innemen.

Aminoglycosiden

Dit zijn bacteriedodende antibiotica die vooral worden gebruikt als de oorzaak van de infectie gramnegatieve bacteriën zijn. Patiënten kunnen ze slechts kortstondig gebruiken, omdat ze een toxische werking hebben.

Cefalosporine

Deskundigen raden het gebruik van eerste generatie cefalosporine niet aan, maar tweede generatie cefalosporine voor milde infecties en derde generatie cefalosporine voor ernstigere infecties.

Aminopenicilline/bèta-lactamaseremmers

Deze zijn het beste voor milde infecties en voor zwangere vrouwen, omdat ze geen invloed hebben op de foetus. Veel bacteriën zijn er echter resistent tegen.

Trimethoprim/sulfamethoxazol

Artsen gebruiken deze alleen als ze de bacteriën die de infectie veroorzaken specifiek hebben geïdentificeerd en deze bacteriën gevoelig zijn voor deze medicatie. Anders is het niet raadzaam.

Nitrofurantoïne

Artsen gebruiken deze meestal om herhaling van de infectie te voorkomen. Ze raden het echter niet aan voor vrouwen in het eerste trimester van de zwangerschap.

Fosfomycine

Dit antibioticum is effectief tegen grampositieve en gramnegatieve bacteriën. Patiënten moeten het in een enkele dosis innemen en het is een van de meest gebruikte en meest effectieve antibiotica.

Misschien is dit artikel ook interessant:
Breedspectrum antibiotica, wat zijn dat?

Enkele cijfers over antibiotica voor urineweginfecties

Bij de behandeling van urineweginfecties met antibiotica houden artsen rekening met de specifieke bacterie die de urineweginfectie veroorzaakt.

Omdat de meeste infecties worden veroorzaakt door Escherichia coli, is het het beste om te beginnen met de behandeling van deze bacterie. De behandeling kan dan al beginnen, terwijl de arts wacht op laboratoriumresultaten.

Antibiotica, net als de meeste medicijnen, hebben bijwerkingen. Sommige ervan zijn onmiddellijk en manifesteren zich dus kort na inname. Ze omvatten onder andere:

  • koorts
  • misselijkheid
  • diarree
  • braken
  • hoofdpijn
  • huiduitslag
  • peesproblemen
  • zenuwschade

Ook kunnen andere bijwerkingen zich op de middellange en lange termijn manifesteren. Dit is vooral te wijten aan het feit dat de meeste antibiotica de vaginale en darmflora aantasten.

Zo verhogen ze de gevoeligheid voor de verspreiding van bacteriën of schimmels in het gynaecologische en spijsverteringskanaal. Daarom raden veel artsen aan om probiotica te nemen, terwijl patiënten behandeld worden met antibiotica. Het grootste probleem is dat bacteriën makkelijk resistent worden tegen antibiotica.

Wetenschappers verwachten dat bacteriën in de komende jaren resistentie zullen ontwikkelen tegen veel soorten antibiotica. Hieronder vallen onder andere:

  • norfloxacine
  • ciprofloxacine
  • amoxicilline
  • ampicilline

Tot nu toe lijkt alleen fosfomycine sterk genoeg om dit effect te bestrijden. Er wordt echter hard gewerkt om ervoor te zorgen dat er nog steeds behandelingsmogelijkheden zijn.

  • Andreu, A., Alós, J. I., Gobernado, M., Marco, F., de la Rosa, M., García-Rodríguez, J. A., & Grupo Cooperativo Español para el Estudio de la Sensibilidad Antimicrobiana de los Patógenos Urinarios. (2005). Etiología y sensibilidad a los antimicrobianos de los uropatógenos causantes de la infección urinaria baja adquirida en la comunidad. Estudio nacional multicéntrico. Enfermedades infecciosas y microbiología clínica, 23(1), 4-9.
  • Calderón-Jaimes, E., Casanova-Román, G., Galindo-Fraga, A., Gutiérrez-Escoto, P., Landa-Juárez, S., Moreno-Espinosa, S., … Valdez-Vázquez, R. (2013). Diagnóstico y tratamiento de las infecciones en vías urinarias: un enfoque multidisciplinario para casos no complicados. Boletín Médico Del Hospital Infantil de México.
  • Martín Martínez, J. C. (2004). Infecciones urinarias complicadas: revisión y tratamiento. Información Terapéutica Del Sistema Nacional de Salud. https://doi.org/10.1111/j.1365-3156.2011.02888.x