Allergische rhinitis: symptomen en behandelmogelijkheden

· 22 februari 2018
Allergische rhinitis is de primaire oorzaak van artsbezoek in verschillende landen. Dit chronische probleem is de afgelopen decennia met 10 tot 25 procent toegenomen. Er bestaat echter nog steeds verwarring over de diagnose, aangezien de symptomen ervan vergelijkbaar zijn met andere aandoeningen.

Allergische rhinitis is een chronische aandoening die optreedt als gevolg van een reeks reacties van het neusslijmvlies door blootstelling aan bepaalde externe stoffen. Dit veroorzaakt hyperactiviteit van de neus, die ook de ogen aantast, wat leidt tot veel voorkomende allergische rhinitissymptomen.

Deze reacties zijn het belangrijkste afweermechanisme van het lichaam tegen de IgE-antilichamen. IgE-antilichamen, ook wel immunoglobuline E genoemd, stimuleren het vrijkomen van chemische stoffen in cellen die aanleg hebben voor bepaalde antigenen die infecties in evenwicht brengen.

De antigenen of immunoglobulinen (Ig) zijn giftige stoffen die antilichamen produceren. Daarom hebben ze een defensieve reactie hierop. Door dit chemische proces komt het lichaam in een toestand van onmiddellijke hypergevoeligheid terecht, die zich openbaart door middel van langzame ontstekingsreacties.

Symptomen van allergische rhinitis

De symptomen kunnen per persoon verschillen. Het is echter niet nodig dat alle symptomen aanwezig zijn om bij een patiënt allergische rhinitis te diagnosticeren. Dit zijn de meest voorkomende symptomen die voorkomen als het gaat om allergische rhinitis:

  • Vermoeidheid overdag
  • Hoofdpijn
  • Verstopte neus
  • Knobbeltjes in de mond-keelholte
  • Veranderingen in slaappatroon
  • Jeuk in de neus
  • Loopneus
  • Onregelmatigheden in de neusslijmvliezen
  • Vaak niezen
  • Allergische reacties (wallen, neusgroeven)
  • Symptomen van conjunctivitis  (rode ogen, jeukerige ogen, tranende ogen)
  • Desinteresse, afwezige oogopslag, half open mond, ademhaling door de mond
  • Bleek neusslijm (transparant en waterig)

Gerelateerde factoren

Allergie

Er zijn factoren die verband houden met de ontwikkeling van allergische rhinitissymptomen. Dit zijn onder andere:

  • Genetische aanleg
  • Geboren in risicogebieden
  • Vroegtijdige blootstelling aan allergenen
  • Veelvuldig gebruik van antibiotica tijdens de kindertijd
  • Familiegeschiedenis van atopie (allergische stoornissen)
  • Blootstelling aan een ongunstige omgeving (tabak, huisstofmijt, huisdieren)

Soorten allergische rhinitis

Er zijn twee soorten allergische rhinitis: seizoensgebonden en perenniale (het hele jaar door).

Seizoensgebonden allergische rhinitis

Bloesem en Allergische rhinitis

Dit is ook bekend als hooikoorts, en is verantwoordelijk voor bijna 75% van allergische rhinitisgevallen. Het komt het meeste voor tussen de winter en het voorjaar vanwege de bestuiving van de planten.

De karakteristieke symptomen van dit soort allergische rhinitis zijn onder andere acute jeuk in de oren, ogen en mond-keelholte. Dit kan heviger worden bij langdurige blootstelling aan de buitenlucht, vooral tijdens de bestuivingsuren (5:00-10:00 en 19:00-22:00) en kan afnemen tijdens vochtige en regenachtige dagen.

Perenniale allergische rhinitis

Dit soort rhinitis wordt vooral veroorzaakt door factoren als huisstofmijt, schimmelsporen (Alternia en Cladosporium) en huiddeeltjes van dieren zoals katten, honden en knaagdieren.

De allergische rhinitissymptomen kunnen gelijk zijn aan die van seizoensgebonden rhinitis, maar de jeuk is minder en het slijm in de neus is wateriger. Als gevolg daarvan moet de patiënt door de mond ademen, praat met een nasale stem, verliest de geur- en smaakzin, samen met andere symptomen die makkelijker te herkennen zijn.

Veel voorkomende allergenen

Paardenbloem en allergische rhinitis

Er is een grote hoeveelheid allergenen, maar de meest voorkomende zijn de volgende:

  • Pollen
  • Enzymen
  • Voedingsmiddelen
  • Geneesmiddelen
  • Materialen (latex in handschoenen of sondes)
  • Dierlijke afscheiding (haar, urine, speeksel)
  • Schimmelsporen (penicillium, cladosporium, alternaria en aspergillus)
  • Mijten (dermatofagoïden, pteronysinus, dermatofagoides farino’s, dermatofagoides microceras)

Behandeling van allergische rhinitis

Het behandelen van allergische rhinitis bestaat meestal uit het combineren van farmacologische behandeling en plaatselijke behandeling om allergische reacties onder controle te houden, en daarnaast het verwijderen van allergenen.

Plaatselijke behandeling

Een plaatselijke behandeling bestaat uit een reeks maatregelen die meestal moeten worden uitgevoerd voordat je met medicijnen begint. Daardoor kan de patiënt een omgeving creëren die het herstel bevordert. De maatregelen die deel uitmaken van deze behandeling zijn:

  • Vermijd ten eerste drastische temperatuurschommelingen.
  • Houd daarnaast de ramen ’s nachts gesloten.
  • Was de neusholten bijvoorbeeld met een steriele zoutoplossing.
  • Houd een uitgebalanceerd dieet aan en vermijd voedsel met allergenen.
  • Breng bovendien minder tijd door buitenshuis gedurende bestuivingsperiodes, winderige dagen en piekperiodes van allergenen.
  • Gebruik een airconditioning met filter in je huis en in de auto.
  • Vermijd ook contact met chemische irriterende stoffen, van tabak tot chloor.
  • Sport op een manier die het vernauwen van de bloedvaten bevordert door het samentrekken van de spiervezels.
  • Je kunt tot slot hulpmiddelen zoals maskers gebruiken om het contact met allergenen te verminderen, of neusstrips om verstoppingen in de neus te verminderen.

Farmacologische behandeling

Vandaag de dag is er een breed scala aan medicijnen beschikbaar om allergische rhinitissymptomen te bestrijden. Dit zijn onder andere: decongestiva (anti-verstoppingsmiddelen), antihistaminica, chromonen en neusspray of -druppels.

Decongestiva voor allergische rhinitis

Dit zijn langdurig werkende medicijnen en veroorzaken geen lokale irritatie of  verstopping. Maar ze hebben bijwerkingen zoals slaperigheid, duizeligheid, angst en vochtretentie. Ze kunnen ook je bloeddruk verhogen.

Als je gedurende meer dan twee of drie dagen plaatselijke neusmedicatie (zoals een neusspray) gebruikt, zal het de effectiviteit ervan verminderen, een terugval veroorzaken en chronische rhinitis verergeren. Daarom moet je in plaats daarvan orale decongestiva gebruiken.

Antihistaminen

Pillen en Allergische rhinitis

Deze worden aanbevolen tegen symptomen zoals jeuk, niezen en loopneus. Het vermogen om een verstopte neus te verminderen en allergische rhinitissymptomen te elimineren is echter beperkt. Orale medicatie die hiervoor nuttiger kan zijn, zijn soorten zoals cetirizine en loratadine.

We moeten vermelden dat antihistaminica van de eerste generatie bijwerkingen kunnen veroorzaken zoals slaperigheid en verminderde vaardigheden. Als het gaat om de tweede generatie antihistaminica zijn er geen bijwerkingen en je voelt bijna meteen verlichting, maar het is helaas voor korte duur.

Intranasale corticoïden

Deze medicijnen zijn effectief als het gaat om het verlichten van de volgende symptomen: verstoppingen in de neus, loopneus, jeuk en niezen, bij beide soorten allergische rhinitis en niet-allergische rhinitis.

Intranasale corticoïden worden snel opgenomen en blijven ook lang werken. Je moet echter wel voorzichtig zijn bij het gebruik ervan, omdat ze aanzienlijke bijwerkingen kunnen hebben wanneer ze gedurende langere tijd worden gebruikt: groeiachterstand, gedragsproblemen, onderdrukking van de hypothalamus, etc.

De meest aanbevolen intranasale corticoïden zijn bijvoorbeeld:

Immunotherapie

Immunotherapie bestaat uit de geleidelijke progressieve toediening van concentraties van bepaalde extracten van allergenen naar gelang de toestand van de patiënt. Hierdoor ontstaat dus een bepaalde verdraagzaamheid tegen het allergeen.

Dit is de belangrijkste behandeling van allergische rhinitis omdat het zeer effectief is. In veel landen is de enige manier om het toe te passen echter onderhuids. Om die reden moeten patiënten goed nadenken over factoren zoals de frequentie van de injecties, de duur van de behandeling, risico’s en de bereidheid van de patiënt om de therapie voort te zetten.

  • Mendoza Amatller, Alfredo, & Mansilla Canelas, Gonzalo. (2002). Rinitis alérgica. Revista de la Sociedad Boliviana de Pediatría, 41(1), 50-53. Op 11 oktober 2017 verkregen van http://www.scielo.org.bo/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S1024-06752002000100017&lng=es&tlng=es.
  • Balziskueta, E., Encabo, B., Gaminde, M., Gutiérrez, A., Gracia, L., Gurrutxaga, A. and Sakona, L. (2017). Rinitis alérgica. Op 11 oktober 2017 verkregen van http://www.elsevier.es/es-revista-farmacia-profesional-3-articulo-rinitis-alergica-13028023
  • Instituto Mexicano del Seguro Social, IMSS. (2009). Guía de Práctica clínica para el Diagnóstico y Tratamiento de Rinitis Alérgica. Op 11 oktober 2017 verkregen van http://www.imss.gob.mx/sites/all/statics/guiasclinicas/041GER.pdf
  • Instituto Mexicano del Seguro Social, IMSS. (2009). Guía de Práctica clínica para el Diagnóstico y Tratamiento de Rinitis Alérgica. Op 11 oktober 2017 verkregen van http://www.cenetec-difusion.com/CMGPC/IMSS-041-08/ER.pdf
  • U.S. Food and Drug Administration, FDA. (2017). Alivio para la alergia de su hijo. Op 11 oktober 2017 verkregen van https://www.fda.gov/ForConsumers/ConsumerUpdates/ucm317182.htm